Naar de inhoud
skillido

Figuurreeksen oefenen: acht opgaven met uitleg

Bij figuurreeksen oefenen je met een rij figuren en een vraagteken: je zoekt de regel waarmee de rij gemaakt is en kiest de figuur die erop volgt. Er kunnen vijf kenmerken veranderen, per reeks hooguit twee tegelijk. Hieronder staan acht opgaven van makkelijk naar lastig, met de uitleg achter elk antwoord.

Acht reeksen om te oefenen

  1. Reeks 1

    Drie figuren, elk een raster van 3 bij 3 vakjes met in het middelste vakje een witte driehoek. Figuur 1: zwart vakje middenonder, witte driehoek. Figuur 2: zwart vakje linksonder, witte driehoek. Figuur 3: zwart vakje linksmidden, witte driehoek. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Zwart vakje rechtsmidden, witte driehoek
    • B Zwart vakje linksonder, witte driehoek
    • C Zwart vakje middenboven, witte driehoek
    • D Zwart vakje linksboven, witte driehoek
    Toon de uitleg

    D Zwart vakje linksboven, witte driehoek. Middenonder, linksonder, linksmidden: het zwarte vakje loopt met de klok mee langs de rand en komt nu in linksboven, met dezelfde witte driehoek. Rechtsmidden volgt uit de leesvolgorde, waarin na linksmidden het vakje rechts in dezelfde rij komt. Linksonder is een stap terug, tegen de klok in, en middenboven slaat een plek over.

  2. Reeks 2

    Drie figuren. Figuur 1: witte cirkel, één stip. Figuur 2: witte cirkel, twee stippen. Figuur 3: witte cirkel, drie stippen. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Witte cirkel, vijf stippen
    • B Witte cirkel, vier stippen
    • C Witte cirkel, drie stippen
    • D Zwarte cirkel, vier stippen
    Toon de uitleg

    B Witte cirkel, vier stippen. Per figuur komt er één stip bij, van één via twee en drie naar vier. De cirkel blijft wit. Vijf stippen is een stap te ver. Drie stippen herhaalt de laatste figuur. Bij de zwarte cirkel klopt het aantal, alleen verandert de kleur, en die bleef steeds gelijk.

  3. Reeks 3

    Vier figuren, elk een raster van 3 bij 3 vakjes met in het middelste vakje een pijl. Figuur 1: zwart vakje linksboven, pijl omhoog. Figuur 2: zwart vakje middenboven, pijl naar rechts. Figuur 3: zwart vakje rechtsboven, pijl omlaag. Figuur 4: zwart vakje rechtsmidden, pijl naar links. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Zwart vakje linksonder, pijl omhoog
    • B Zwart vakje rechtsonder, pijl omlaag
    • C Zwart vakje linksonder, pijl omlaag
    • D Zwart vakje rechtsonder, pijl omhoog
    Toon de uitleg

    D Zwart vakje rechtsonder, pijl omhoog. Twee dingen veranderen. Het vakje schuift met de klok mee langs de rand, dus van rechtsmidden naar rechtsonder, en de pijl draait per stap een kwartslag met de klok mee en wijst na links weer omhoog. Linksonder krijg je als je het raster leest als een tekst en na rechtsmidden aan de onderste rij begint. De pijl omlaag draait tegen de klok in terug. Linksonder met een pijl omlaag maakt allebei die fouten.

  4. Reeks 4

    Vier figuren. Figuur 1: witte driehoek met de punt omhoog. Figuur 2: zwarte driehoek met de punt naar rechts. Figuur 3: witte driehoek met de punt omlaag. Figuur 4: zwarte driehoek met de punt naar links. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Witte driehoek met de punt omlaag
    • B Witte driehoek met de punt omhoog
    • C Zwarte driehoek met de punt naar rechts
    • D Zwarte driehoek met de punt omhoog
    Toon de uitleg

    B Witte driehoek met de punt omhoog. De punt draait elke figuur een kwartslag met de klok mee en wijst na links weer omhoog. De kleur wisselt om en om, dus na het zwart van figuur 4 is de vijfde wit. Met de punt omlaag draai je tegen de klok in. De zwarte driehoek met de punt omhoog draait goed en slaat de kleurwissel over. Bij de punt naar rechts in een zwarte driehoek ontbreekt die wissel ook, en draait de punt een halve slag in één keer.

  5. Reeks 5

    Vier figuren. Figuur 1: witte cirkel. Figuur 2: zwart vierkant. Figuur 3: witte driehoek. Figuur 4: zwarte cirkel. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Zwart vierkant
    • B Witte cirkel
    • C Wit vierkant
    • D Zwarte cirkel
    Toon de uitleg

    C Wit vierkant. De vorm gaat rond in de volgorde cirkel, vierkant en driehoek, dus na de tweede cirkel komt een vierkant. Daarnaast wisselt de vulling om en om, en na de zwarte cirkel komt wit. Het zwarte vierkant heeft de goede vorm zonder de kleurwissel. De witte cirkel laat de vorm staan. De zwarte cirkel is figuur 4 nog een keer.

  6. Reeks 6

    Vier figuren. Figuur 1: zwarte cirkel, twee stippen. Figuur 2: witte cirkel, drie stippen. Figuur 3: zwarte cirkel, vier stippen. Figuur 4: witte cirkel, vijf stippen. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Zwarte cirkel, zes stippen
    • B Witte cirkel, zes stippen
    • C Zwarte cirkel, vijf stippen
    • D Witte cirkel, vijf stippen
    Toon de uitleg

    A Zwarte cirkel, zes stippen. Er komt per stap één stip bij, van vijf naar zes. De cirkel is om en om zwart en wit, en na de witte vierde figuur volgt zwart. De witte cirkel met zes stippen telt goed en vergeet de wissel. De zwarte met vijf stippen laat het aantal staan, en wit met vijf stippen herhaalt figuur 4.

  7. Reeks 7

    Vier figuren, elk een raster van 3 bij 3 vakjes met in het middelste vakje een cirkel. Figuur 1: zwart vakje linksboven, witte cirkel. Figuur 2: zwart vakje rechtsboven, zwarte cirkel. Figuur 3: zwart vakje rechtsonder, witte cirkel. Figuur 4: zwart vakje linksonder, zwarte cirkel. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Zwart vakje linksboven, witte cirkel
    • B Zwart vakje linksmidden, witte cirkel
    • C Zwart vakje linksboven, zwarte cirkel
    • D Zwart vakje linksmidden, zwarte cirkel
    Toon de uitleg

    A Zwart vakje linksboven, witte cirkel. Het zwarte vakje springt per stap twee plekken met de klok mee langs de rand. Zo gaat het van hoek naar hoek en komt het na linksonder weer in linksboven. De cirkel wisselt om en om van wit naar zwart, dus figuur 5 heeft een witte. Linksmidden schuift maar één plek op. De zwarte cirkel linksboven vergeet de kleurwissel. Met de zwarte cirkel linksmidden gaan allebei de kenmerken mis.

  8. Reeks 8

    Vier figuren. Figuur 1: pijl omhoog, vijf stippen. Figuur 2: pijl schuin naar rechtsboven, vier stippen. Figuur 3: pijl naar rechts, drie stippen. Figuur 4: pijl schuin naar rechtsonder, twee stippen. Daarna een vraagteken.

    Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?

    • A Pijl naar rechts, één stip
    • B Pijl naar rechts, twee stippen
    • C Pijl omlaag, één stip
    • D Pijl schuin naar linksonder, twee stippen
    Toon de uitleg

    C Pijl omlaag, één stip. De pijl draait per stap 45 graden met de klok mee, een halve kwartslag. Na schuin naar rechtsonder wijst hij dus omlaag. Er gaat elke keer een stip af, van twee naar één. De pijl naar rechts met één stip draait 45 graden tegen de klok in. Naar rechts met twee stippen maakt dezelfde draaifout en laat het aantal staan. Schuin naar linksonder met twee stippen draait 90 graden en laat het aantal ook staan.

Wat je bij figuurreeksen oefent

Een figuurreeks is een rij figuren waarvan de laatste ontbreekt. Je kijkt wat er van de ene figuur naar de volgende verandert, trekt die verandering één stap door en kiest uit vier mogelijkheden. Je hebt er geen taal en geen rekenwerk voor nodig. Daarom zitten ze in veel selectietests, naast cijferreeksen. De naam die testbureaus gebruiken, staat uitgelegd op abstract redeneren.

De vijf kenmerken die kunnen veranderen

  1. De plek. Een zwart vakje loopt langs de rand van een raster van 3 bij 3, met de klok mee of ertegenin, één of twee plekken per stap.
  2. De vulling. De vorm wisselt van wit naar zwart en terug.
  3. De richting. Een pijl of driehoek draait een kwartslag of een achtste slag, steeds dezelfde kant op.
  4. De stippen. Er komt elke stap een stip bij of er gaat er een af.
  5. De vorm. Cirkel, vierkant en driehoek volgen elkaar in een vaste volgorde op.

Elk kenmerk volgt zijn eigen regel, en in een reeks veranderen er hooguit twee tegelijk. Je kunt ze dus los van elkaar bekijken.

Zo oefen je ze

Werk de acht reeksen hierboven op volgorde af. De eerste twee zijn makkelijk: er verandert één kenmerk, in kleine stappen. De middelste vier combineren twee kenmerken of laten een kenmerk om en om wisselen. De laatste twee zijn lastig, omdat het vakje twee plekken per stap springt of de pijl een achtste slag draait.

Kijk bij elke reeks per kenmerk, niet per figuur. Volg eerst alleen de plek van het zwarte vakje door de hele rij, daarna de vulling, de richting, de stippen en de vorm. Wat niet verandert, streep je weg. Wat overblijft, trek je één stap door. Pas dan kijk je naar de vier keuzes. Maak je een fout, lees dan de uitleg: de foute keuzes zijn gemaakt uit fouten die mensen echt maken, zoals de verandering de verkeerde kant op of een stap te ver.

Oefenen onder tijd

In de gratis test maak je tien opgaven in acht minuten, twee per onderdeel. Het proefassessment heeft veertig opgaven in dertig minuten. De training van dertig dagen heeft 48 figurenreeksen in drie niveaus. Hoe een hele test in elkaar zit, lees je op assessment oefenen; de vijf onderdelen staan op capaciteitentest oefenen.

Voor welk soort test oefen je?

Figuurreeksen komen voor in de tests van werkgevers, opleidingen, de politie en defensie, en elke test heeft zijn eigen samenstelling en tekenstijl. Skillido is niet verbonden aan een assessmentbureau, de politie of defensie, en de precieze inhoud van hun tests is niet openbaar. Oefenen met figuurreeksen went je aan het soort denkwerk, en een uitslag in een echte test beloven we daar niet mee.

Veelgestelde vragen

Hoe begin je met figuurreeksen oefenen?
Begin met reeksen waarin één kenmerk verandert en bekijk dat kenmerk door de hele rij. Pas als dat vanzelf gaat, neem je reeksen waarin er twee tegelijk veranderen. De acht opgaven hierboven lopen in die volgorde.
Hoe lang moet je figuurreeksen oefenen?
Dat verschilt per persoon, en we beloven geen aantal uren. Wat helpt is korte rondes met uitleg na elke fout: tien minuten per dag zegt je meer dan een uur aan één stuk, omdat je de regels tussendoor laat bezinken.
Wat doe je als je de regel niet ziet?
Streep af wat niet verandert. Er zijn maar vijf kenmerken die kunnen veranderen, dus wat overblijft is klein. Zie je na een minuut nog niets, kies dan het antwoord dat op het meeste kenmerken klopt en ga door.
Wat kost oefenen op Skillido?
De gratis test en het proefassessment van veertig opgaven kosten niets en vragen geen account. De training van dertig dagen, met alle 48 figurenreeksen en de opgaven van de vier andere onderdelen, kost €29 eenmalig.
Figuurreeksen oefenen met uitleg | Skillido