Abstract redeneren: figurenreeksen oefenen met uitleg
Bij abstract redeneren zie je een rij figuren met een vraagteken aan het eind en zoek je de regel waarmee de rij gemaakt is, zonder woorden of getallen. Er kunnen vijf kenmerken veranderen: de plek van een zwart vakje, de vulling, de richting, het aantal stippen en de vorm. Per reeks veranderen er hooguit twee tegelijk.
Drie voorbeeldreeksen
Reeks 1
Vier figuren, elk een raster van 3 bij 3 vakjes met in het middelste vakje een zwart vierkant. Figuur 1: zwart vakje linksboven, zwart vierkant. Figuur 2: zwart vakje middenboven, zwart vierkant. Figuur 3: zwart vakje rechtsboven, zwart vierkant. Figuur 4: zwart vakje rechtsmidden, zwart vierkant. Daarna een vraagteken.
Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?
- A Zwart vakje rechtsonder, zwart vierkant
- B Zwart vakje linksonder, zwart vierkant
- C Zwart vakje rechtsboven, zwart vierkant
- D Zwart vakje middenonder, zwart vierkant
Toon de uitleg
A Zwart vakje rechtsonder, zwart vierkant. Het zwarte vakje schuift per stap één plek met de klok mee langs de rand, dus na rechtsmidden gaat het omlaag naar rechtsonder. Het vierkant blijft zwart. Linksonder krijg je als je het raster leest als een tekst en na rechtsmidden aan de onderste rij begint; rechtsboven gaat terug, tegen de klok in, en middenonder ligt twee plekken verder.
Reeks 2
Vier figuren, elk een raster van 3 bij 3 vakjes met in het middelste vakje een vierkant. Figuur 1: zwart vakje rechtsonder, wit vierkant. Figuur 2: zwart vakje middenonder, zwart vierkant. Figuur 3: zwart vakje linksonder, wit vierkant. Figuur 4: zwart vakje linksmidden, zwart vierkant. Daarna een vraagteken.
Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?
- A Zwart vakje linksboven, wit vierkant
- B Zwart vakje linksboven, zwart vierkant
- C Zwart vakje rechtsmidden, wit vierkant
- D Zwart vakje rechtsmidden, zwart vierkant
Toon de uitleg
A Zwart vakje linksboven, wit vierkant. Het zwarte vakje loopt één plek per stap met de klok mee langs de rand en komt na linksmidden in linksboven. Het vierkant wisselt om en om van wit naar zwart, dus na het zwarte van figuur 4 komt een wit. Een zwart vierkant linksboven zet het vakje goed en vergeet de wissel. Rechtsmidden volgt uit de leesvolgorde, alsof je na linksmidden in dezelfde rij verder leest. Bij het zwarte vierkant rechtsmidden gaan allebei de kenmerken mis.
Reeks 3
Vier figuren. Figuur 1: pijl omlaag, één stip. Figuur 2: pijl naar links, twee stippen. Figuur 3: pijl omhoog, drie stippen. Figuur 4: pijl naar rechts, vier stippen. Daarna een vraagteken.
Welke figuur komt op de plaats van het vraagteken?
- A Pijl omlaag, vijf stippen
- B Pijl omhoog, vijf stippen
- C Pijl omlaag, vier stippen
- D Pijl omhoog, vier stippen
Toon de uitleg
A Pijl omlaag, vijf stippen. De pijl draait per stap een kwartslag met de klok mee, van omlaag via links, omhoog en rechts weer naar omlaag. Er komt elke keer een stip bij, van vier naar vijf. Omhoog met vijf stippen draait tegen de klok in terug. Omlaag met vier stippen vergeet de stip die erbij komt. Omhoog met vier stippen doet allebei.
Wat abstract redeneren meet
Een capaciteitentest wil weten hoe je met nieuwe informatie omgaat, los van wat je op school leerde. Figuren zijn daar geschikt voor: er is geen taal nodig en geen rekenwerk, alleen kijken wat er van figuur naar figuur verandert en die verandering één stap doortrekken. Daarom zit dit onderdeel in bijna elke selectietest, naast cijferreeksen, verbale, numerieke en logische opgaven.
De vijf kenmerken die kunnen veranderen
- De plek. Een zwart vakje loopt langs de rand van een raster van 3 bij 3, met de klok mee of ertegenin, één of twee plekken per stap.
- De vulling. De vorm wisselt van wit naar zwart en terug.
- De richting. Een pijl of driehoek draait een kwartslag of een achtste slag, steeds dezelfde kant op.
- De stippen. Er komt elke stap een stip bij of er gaat er een af.
- De vorm. Cirkel, vierkant en driehoek volgen elkaar in een vaste volgorde op.
In een reeks veranderen er hooguit twee van deze kenmerken tegelijk, en elk kenmerk volgt zijn eigen regel. Dat is ook de reden dat je ze los van elkaar kunt bekijken.
Hoe je de regel vindt
Kijk per kenmerk, niet per figuur. Volg eerst alleen de plek van het zwarte vakje door de hele rij: beweegt het, en met hoeveel plekken? Doe daarna hetzelfde met de vulling, de richting, de stippen en de vorm. Wat niet verandert, kun je wegstrepen. Wat overblijft, trek je één stap door, en dan zoek je bij de vier keuzes de figuur die op álle kenmerken klopt.
De foute keuzes zijn gemaakt uit de fouten die mensen hier echt maken: de verandering de verkeerde kant op, een kenmerk vergeten dat ook verandert, of een stap te ver. Wie zijn antwoord op elk kenmerk apart controleert, loopt daar niet in.
Oefenen onder tijd
In de gratis test maak je tien opgaven in acht minuten, twee per onderdeel. Het proefassessment heeft veertig opgaven in dertig minuten. De training van dertig dagen heeft 48 figurenreeksen in drie niveaus. Hoe een hele test in elkaar zit, lees je op assessment oefenen; de vijf onderdelen staan op capaciteitentest oefenen.
Voor welk soort test oefen je?
Figurenreeksen komen voor in de tests van werkgevers, opleidingen, de politie en defensie, en elke test heeft zijn eigen samenstelling en zijn eigen tekenstijl. Skillido is niet verbonden aan een assessmentbureau, de politie of defensie, en de precieze inhoud van hun tests is niet openbaar.
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen abstract redeneren en figurenreeksen?
- Meestal niets. Abstract redeneren is de naam die testbureaus geven aan opgaven met figuren waarin je een regel moet ontdekken. Figurenreeksen is de vorm die het meest voorkomt: een rij figuren met een vraagteken aan het eind. Sommige tests hebben ook matrices van drie bij drie; de regels die je daar zoekt, zijn dezelfde.
- Kun je abstract redeneren oefenen als je er geen gevoel voor hebt?
- De regels zijn te leren, en dat is het deel dat oefenen doet. Wie weet dat er maar vijf kenmerken kunnen veranderen en er hooguit twee tegelijk, zoekt gericht in plaats van te staren. Hoe snel je ze daarna ziet, verschilt per persoon, en daar beloven we niets over.
- Hoeveel tijd krijg je per reeks?
- In de meeste tests een halve tot een hele minuut. In de gratis test hier maak je tien opgaven in acht minuten, waarvan twee figurenreeksen. Zie je na een minuut nog geen regel, ga dan door en kom terug als er tijd over is.
- Wat kost het?
- De gratis test en het proefassessment van veertig opgaven kosten niets en vragen geen account. De training van dertig dagen, met alle 48 figurenreeksen en de opgaven van de vier andere onderdelen, kost €29 eenmalig.