Naar de inhoud
skillido
Een vrouw in een donkerblauwe trui zit aan een houten tafel bij het raam met een opengeslagen notitieboek en kijkt glimlachend naar buiten

Subassertief: wat het is, hoe je het herkent en wat je anders kunt zeggen

Subassertief gedrag is je eigen wens wegzetten voor de vrede of voor de ruimte van een ander: ja zeggen en later balen, een mening inslikken, een vraag zo voorzichtig stellen dat er geen vraag overblijft. In de assertiviteitstest heet die stijl terughoudend. Het is een stijl die je per situatie kiest, geen eigenschap die je hebt, en hij werkt prima als de kwestie klein is. Hij kost je iets zodra je iets echt nodig hebt en niemand dat weet.

Bijgewerkt op door De redactie van Skillido

Wouter vraagt of je mee gaat lunchen. Je wilde vandaag rustig alleen lezen, en je hoort jezelf zeggen: "Eh, ik had eigenlijk iets anders gepland, nou ja, ik ga wel mee." Een uur later zit je aan de lunch en lees je niet. Niemand heeft iets fout gedaan, Wouter weet van niets, en toch is er iets van jou verdwenen. Dat moment, duizend keer per jaar in duizend kleine vormen, is wat subassertief heet.

Twee namen voor dezelfde stijl

In boeken en trainingen heet het subassertief: letterlijk onder assertief, te weinig van wat assertief is. In de assertiviteitstest op deze site heet dezelfde stijl terughoudend: je eigen wens wegzetten voor de vrede of voor de ruimte van een ander. Wij kozen dat woord omdat het zegt wat je doet; subassertief zegt wat je tekortkomt. Terughoudend zijn is soms goed. De vraag is alleen wanneer.

Hoe je het herkent in je eigen zinnen

Je herkent de stijl aan drie dingen die je zegt, en aan één ding dat je niet zegt. Het eerste is het ja dat je later betreurt: "ik ga wel mee", "ik kijk of ik het kan verzetten". Het tweede is het woord eigenlijk, dat aankondigt dat je iets anders wilde en het toch niet gaat zeggen. Het derde is de vraag die zo voorzichtig is dat er geen vraag overblijft: "misschien is 12 juni geen goed moment, dan wacht ik tot de zomer." En het ding dat je niet zegt, is je eigen wens. Die blijft binnen, en daar kan niemand hem meewegen.

Drie situaties uit de training

  1. Situatie 1

    Wouter vraagt of je met hem gaat lunchen. Vandaag wil je rustig alleen lezen. Morgen lunch je graag weer samen.

    Welke reactie is het meest assertief?

    • A "Lunchen? Eh, ik had eigenlijk iets anders gepland, nou ja, ik ga wel mee."
    • B "Vandaag lunch ik liever even alleen. Morgen graag weer samen."
    • C "Ik heb nog zoveel werk, ik kom vandaag echt mijn bureau niet uit."
    • D "Moet dat nou elke dag? Ik ben geen kind dat gezelschap nodig heeft."
    Toon het antwoord

    B "Vandaag lunch ik liever even alleen. Morgen graag weer samen.". B zegt wat je vandaag wilt en wat morgen kan, zonder reden te verzinnen. A gaat mee tegen je zin, C is een uitvlucht, D maakt van een vraag een verwijt.

  2. Situatie 2

    Je wilt vrijdag 12 juni een dag vrij nemen voor een familiefeest. Karin, je leidinggevende, gaat over het verlof.

    Welke reactie is het meest assertief?

    • A "Karin, mag ik 12 juni vrij voor een familiefeest? Mijn werk regel ik vooraf."
    • B "Anja en Bert zijn 12 juni al vrij, zag ik; dan zijn er nog twee over."
    • C "Ik heb 12 juni geblokt en een vervanger geregeld. Bevestig je het even, Karin?"
    • D "Misschien is 12 juni geen goed moment; dan wacht ik tot de zomer."
    Toon het antwoord

    A "Karin, mag ik 12 juni vrij voor een familiefeest? Mijn werk regel ik vooraf.". A vraagt het aan Karin, noemt de dag en de reden en zegt hoe het werk geregeld is. B hint zonder te vragen, C beslist wat aan Karin is, D vraagt zo voorzichtig dat er geen vraag overblijft.

  3. Situatie 3

    Bij de sportclub vraagt de voorzitter of je penningmeester wilt worden. Daar heb je de tijd niet voor. Bij de jaarvergadering help je graag één keer met de koffie.

    Welke reactie is het meest assertief?

    • A "Penningmeester word ik niet. Bij de jaarvergadering help ik graag met de koffie."
    • B "Goed, ik zoek de tijd er wel bij. Niemand anders wil de kas beheren."
    • C "Ik zou eigenlijk best willen, maar mijn agenda zit vol wedstrijden."
    • D "Waarom ik? Tien anderen doen niets, vraag Henk of Marja eens."
    Toon het antwoord

    A "Penningmeester word ik niet. Bij de jaarvergadering help ik graag met de koffie.". A zegt nee en biedt iets kleins aan dat je meent. B neemt het over omdat niemand anders het doet, C zegt "eigenlijk wel" en maakt het nee zwakker, D wijst naar anderen.

Wanneer het werkt en wanneer het je iets kost

Terughoudend zijn werkt als de sfeer kwetsbaar is, als een ander het gesprek even nodig heeft of als de kwestie klein is. Het werkt ook als het je weinig kost om je wens uit te stellen. Een groep waarin iedereen altijd zijn zin zegt, is geen prettige groep, en wie kan meegaan, maakt samenwerken makkelijk.

Het kost je iets zodra je iets echt nodig hebt, zodra een afspraak voor jou zwaar weegt, of zodra de ander niet weet wat je wilt. Dan betaal je twee keer. Eén keer met de lunch, de zaterdag of de vrije dag die je niet nam. En één keer later, met de ergernis die opbouwt bij wie steeds meegaat, en die er op een ander moment en bij een ander onderwerp uitkomt.

Wat je anders kunt zeggen

De assertieve zin is korter dan je denkt. Hij zegt wat je wilt, zonder smoes en zonder eigenlijk, en als je iets wel kunt doen, komt dat erbij. "Vandaag lunch ik liever even alleen. Morgen graag weer samen." "Zaterdag kan ik niet, dan is mijn vader jarig." "Mag ik 12 juni vrij voor een familiefeest? Mijn werk regel ik vooraf." In geen van de drie staat een verwijt, en in geen van de drie staat een deur open waar de ander doorheen kan onderhandelen.

Begin met een situatie die weinig kost. Een bestelling terugsturen, een tafel vragen die je beter vindt, een lunch overslaan. Schrijf de zin op en zeg hem hardop voordat je het gesprek in gaat. Hoe je dat doet als het om een grens op je werk gaat, staat op grenzen aangeven; hoe je nee zegt zonder uitvlucht, op nee zeggen.

Hoe vaak kies jij deze stijl?

De assertiviteitstest legt je 30 keer twee uitspraken voor en telt per stijl hoe vaak je hem koos: terughoudend, assertief, dominant of indirect. De uitslag zegt wat je vandaag koos en niets over wie je bent. Wie daarna de zinnen wil oefenen, kan terecht bij de training Assertiviteit, met situaties als de drie hierboven, verdeeld over vijf onderdelen.

Veelgestelde vragen

Is subassertief hetzelfde als verlegen?
Nee. Verlegen gaat over hoe je je voelt in gezelschap. Subassertief gaat over wat je zegt als iemand iets van je wil of als je zelf iets nodig hebt. Iemand die makkelijk praat, kan in zo'n moment toch ja zeggen tegen wat hij niet wil, en iemand die stil is, kan daar juist helder nee zeggen.
Is subassertief slecht?
Het is een stijl, geen fout. Meegaan geeft rust als de sfeer kwetsbaar is, als een ander het gesprek even nodig heeft of als de kwestie klein is. Het kost je iets als je iets echt nodig hebt, als een afspraak voor jou zwaar weegt of als de ander niet weet wat je wilt. Een wens die nergens wordt uitgesproken, kan niemand meewegen.
Hoe weet ik of ik vaak subassertief kies?
Let een dag op wat je antwoordt als iemand je iets vraagt wat je niet uitkomt, en op de vragen die je zelf niet stelt. De assertiviteitstest doet hetzelfde in 30 keuzes tussen twee uitspraken en telt per stijl hoe vaak je hem koos, zodat je een verdeling ziet in plaats van één gevoel.
Wat zeg ik dan in plaats van ja?
Wat je wel wilt, kort, en als je iets wel kunt doen, dat erbij. "Vandaag lunch ik liever alleen, morgen graag weer samen." Geen smoes en geen "eigenlijk", want die twee maken van een nee een onderhandeling. De training Assertiviteit oefent die zinnen, in vijf onderdelen.
Subassertief: wat het is en hoe je het herkent | Skillido