
Assertief of dominant: het verschil zit in wat er met de ander gebeurt
Assertief en dominant lijken op elkaar, want allebei zeggen wat ze willen. Het verschil zit in wat er met de ander gebeurt. Wie assertief is, zegt wat hij wil en laat de ander ruimte om te reageren; wie dominant is, drukt zijn zin door, ook als dat ten koste van de ander gaat. Een zin zonder verwijt en zonder dreiging is bijna altijd de assertieve.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
"Je mag best wat assertiever zijn", zegt je leidinggevende in het gesprek. Een week later zeg je in het overleg dat het plan van een collega niet deugt, en nu heet je ineens bot. Wie dat meemaakt, concludeert vaak dat assertief een kwestie van dosering is: iets harder dan je was, maar niet te hard. Dat is het niet. Assertief en dominant verschillen van soort, en wie het verschil ziet, hoeft niet meer te doseren.
Vier stijlen, twee die hardop zeggen wat ze willen
In een gesprek waarin iemand iets wil, kun je grofweg vier kanten op.
- Terughoudend: je eigen wens wegzetten voor de vrede of voor de ruimte van een ander.
- Assertief: zeggen wat je wilt, met respect voor de ander.
- Dominant: je plan of je zin doordrukken, ook als dat ten koste van de ander gaat.
- Indirect: via een omweg laten merken wat je wilt, met een hint, een vraag of een ander.
Twee van de vier zeggen rechtstreeks wat ze willen, en daarom worden ze verward. Wie van terughoudend naar assertief wil, hoort de assertieve zin voor het eerst uit zijn eigen mond en schrikt ervan; die zin klinkt voor hem als doordrukken. En wie dominant is, hoort zijn eigen zinnen als gewoon duidelijk. Het verschil zit niet in hoe de zin klinkt voor de spreker. Het zit in wat de ander ermee kan.
Dezelfde situatie, drie zinnen
Je leidinggevende onderbreekt je in het overleg, voor de derde keer deze maand. De terughoudende zin: "Ga je gang, ik mail mijn punt wel." Je punt is weg en de volgende keer gebeurt het weer. De dominante zin: "Je laat nooit iemand uitpraten, dat is onbeleefd. Stop ermee, of ik zeg niets meer." Je punt is ook weg, want het gesprek gaat nu over jouw aanval, en de ander verdedigt zich. De assertieve zin: "Je onderbreekt me weer, dat gebeurt vaker. Laat me even uitpraten." Een feit, een vraag, en het woord is weer bij jou.
Let op wat de dominante zin toevoegt. Een generalisatie (nooit), een oordeel (onbeleefd) en een dreiging (of ik zeg niets meer). Geen van drieën is nodig om te krijgen wat je wilt, en elk van de drie geeft de ander een reden om het gesprek over iets anders te laten gaan.
Drie situaties uit de training
Situatie 1
In het overleg onderbreekt je leidinggevende Kees je steeds midden in je zin. Je hebt dat de afgelopen weken vaker gemerkt.
Welke reactie is het meest assertief?
- A "Kees, ga je gang. Mijn punt over de planning mail ik vanmiddag."
- B "Kees, ik knipte een stuk uit over leiders die mensen laten uitpraten."
- C "Kees, je laat nooit iemand uitpraten, dat is onbeleefd. Stop, of ik zeg niets meer."
- D "Kees, je onderbreekt me weer, dat gebeurt vaker. Laat me wel even uitpraten."
Toon het antwoord
D "Kees, je onderbreekt me weer, dat gebeurt vaker. Laat me wel even uitpraten.". D zegt wat er nu gebeurde en vraagt om af te mogen maken. A geeft de ruimte op, B laat een hint vallen over leiderschap, C valt Kees aan en dreigt.
Situatie 2
Mark presenteert in het overleg jouw idee als het zijne. Jij mailde het vorige week dinsdag aan het team.
Wat zeg je in het overleg?
- A "Dat stond vorige week al in mijn mail aan het hele team, maar goed, prima hoor."
- B "Je pikt gewoon mijn idee, Mark. Dat had ik vorige week al voorgesteld."
- C Je zegt niets en vertelt het na afloop aan een andere collega.
- D "Fijn dat je het steunt, Mark. Het was mijn voorstel; ik werk het graag uit."
Toon het antwoord
D "Fijn dat je het steunt, Mark. Het was mijn voorstel; ik werk het graag uit.". D maakt duidelijk dat het jouw voorstel was en claimt het vervolg zonder aanval. A geeft het met een sneer weg, B beschuldigt Mark voor het team, C laat het idee bij Mark.
Situatie 3
Je leidinggevende Marieke, die je altijd steunde, nam een besluit over jouw klanten zonder dat met je te bespreken. Je voelt je gepasseerd.
Welke reactie is het meest assertief?
- A "Marieke, je bent een steun, maar nu voelde ik me gepasseerd. Overleg je eerst?"
- B "Marieke, prima, je hebt me altijd gesteund. Ik bel mijn klanten."
- C "Marieke, hier een lijstje met klantbesluiten waar ik voortaan bij wil zijn."
- D "Marieke, je gaat over mijn hoofd. Dit pik ik niet, ik ga naar de directie."
Toon het antwoord
A "Marieke, je bent een steun, maar nu voelde ik me gepasseerd. Overleg je eerst?". A erkent haar steun en noemt wat je voelde en wat je wilt. B slikt het uit dankbaarheid, C legt een lijstje neer zonder te zeggen wat er gebeurde, D valt haar aan en dreigt.
Drie dingen om in je eigen zin te horen
Je hoeft geen stijlkenner te zijn om het verschil in je eigen zinnen te horen. Let op drie dingen. Ten eerste of er een feit in staat of een oordeel. "Je onderbrak me net" is een feit; "je bent onbeleefd" een oordeel. Ten tweede of er voor de ander iets te kiezen blijft. Een vraag aan het eind laat dat open, een ultimatum sluit het. En ten derde of er een dreiging in zit, hoe klein ook. "Anders ga ik naar de directie" is er een, en "dan weet je het vast" ook.
Een zin die drie keer goed scoort, is assertief, ook als hij hard aankomt. Een zin met een oordeel, een ultimatum of een dreiging is dominant, ook als hij vriendelijk is uitgesproken.
Waarom dominant op korte termijn werkt
De dominante zin levert vaak op wat je wilde. De collega stopt met onderbreken, het besluit wordt teruggedraaid. Daarom lijkt hij sterk. De rekening komt later en staat op een andere naam. De ander doet voortaan wat je zegt en vertelt je minder, en de volgende keer dat je iets nodig hebt, is er geen gesprek meer om het in te vragen. De assertieve zin levert vaak hetzelfde op, en laat het gesprek heel.
Welke stijl je het vaakst kiest
Niemand is één stijl. Op je werk kies je anders dan thuis, en tegenover je leidinggevende anders dan tegenover een vriend. De assertiviteitstest legt je 30 keer twee uitspraken voor en telt per stijl hoe vaak je hem koos. Je ziet een verdeling in plaats van één gevoel. Wie daarna de zinnen wil oefenen, van nee zeggen tot kritiek uiten, kan terecht bij de training Assertiviteit.