Breinbrekers met uitleg
Een breinbreker is een puzzel waarin alles staat wat je nodig hebt: je lost hem op door na te denken, zonder iets op te zoeken. Hieronder staan er tien, van een paar zinnen als-dan tot een kubus die je in je hoofd vouwt. Bij elke breinbreker staat de uitleg achter een knop, zodat je eerst zelf kunt proberen.
Tien breinbrekers
Breinbreker 1
Sommige gasten op het feest dragen een hoed. Iedereen met een hoed krijgt een glas limonade.
Wat volgt zeker?
- A Alle gasten krijgen limonade
- B Sommige gasten krijgen limonade
- C Wie limonade krijgt, draagt een hoed
- D Sommige gasten dragen geen hoed
Toon de uitleg
B Sommige gasten krijgen limonade. De gasten met een hoed krijgen limonade, en die zijn er, dus sommige gasten krijgen limonade. A zegt te veel, C draait de tweede zin om, en D leest "sommige" als "niet allemaal": misschien draagt iedereen een hoed.
Breinbreker 2
Als het museum op maandag open is, is het een feestdag. Vandaag is het maandag en het museum is dicht.
Wat volgt zeker?
- A Vandaag is geen feestdag
- B Vandaag is een feestdag
- C Over een feestdag volgt niets zeker
- D Het museum is elke maandag dicht
Toon de uitleg
C Over een feestdag volgt niets zeker. De zin zegt wat er waar is als het museum open is. Het is dicht, en dan zegt de zin niets: misschien is het een feestdag en is het museum toch dicht voor een verbouwing. A en B weet je dus niet, en D zegt meer dan er staat.
Breinbreker 3
Bas, Eva en Sem wonen elk in een ander huis: geel, wit of grijs. Elk heeft een ander huisdier: een hond, een kat of een konijn. Aanwijzingen: (1) Eva woont in het gele huis. (2) Wie de kat heeft, woont in het witte huis. (3) Sem heeft geen kat. (4) Eva heeft geen hond.
Wie heeft de hond?
- A Bas
- B Eva
- C Sem
- D Dat is niet te bepalen
Toon de uitleg
C Sem. De kat hoort bij het witte huis (2), en Eva woont in het gele (1), dus Eva heeft de kat niet. Sem ook niet (3), dus Bas heeft de kat en woont in het witte huis. Eva heeft geen hond (4), dus het konijn, en Sem heeft de hond.
Breinbreker 4
C · E · H · L · Q · ?
Welke letter komt op de plaats van het vraagteken?
- A U
- B V
- C W
- D X
Toon de uitleg
C W. De stap groeit steeds met één letter, 2, 3, 4, 5 en dan 6. Zes verder dan Q is W. Bij V herhaal je de stap van 5, en U en X zijn één letter te kort of te ver.
Breinbreker 5
2 · 5 · 11 · 23 · 47 · ?
Welk getal komt op de plaats van het vraagteken?
- A 71
- B 94
- C 95
- D 96
Toon de uitleg
C 95. Elk getal is twee keer het vorige plus 1, dus 47 × 2 + 1 = 95. Bij 94 vergeet je de plus 1, bij 96 tel je er 2 bij, en bij 71 herhaal je de laatste stap van 24.
Breinbreker 6
Een uitslag van een kubus in vier rijen. In rij 1 ligt vakje 1 in kolom 2. In rij 2 liggen de vakjes 2, 3 en 4 in kolom 1 tot en met 3. In rij 3 ligt vakje 5 in kolom 2, en in rij 4 vakje 6 in kolom 2. Je vouwt de uitslag tot een kubus.
Welk vakje ligt tegenover vakje 3?
- A Vakje 1
- B Vakje 2
- C Vakje 5
- D Vakje 6
Toon de uitleg
D Vakje 6. Vakje 3 en 6 liggen in een kolom met vakje 5 ertussen, en in zo'n rij van drie komen de buitenste twee tegenover elkaar. Vakje 1, 2 en 5 grenzen allemaal aan vakje 3.
Breinbreker 7
Een raster van 3 bij 3 vakjes: linksboven zwart, middenboven grijs, rechtsboven wit, linksmidden wit, midden gestreept, rechtsmidden wit, linksonder gestippeld, middenonder wit, rechtsonder geruit. Je draait het raster een kwartslag tegen de klok in.
Welk vakje staat daarna rechtsboven?
- A Geruit
- B Gestippeld
- C Wit
- D Zwart
Toon de uitleg
A Geruit. Bij een kwartslag tegen de klok in wordt de rechterkolom de bovenste rij, en wat rechtsonder stond, komt rechtsboven: het geruite vakje. Zwart krijg je als je met de klok mee draait, gestippeld bij een halve slag, en wit stond er al.
Breinbreker 8
Lies is nu drie keer zo oud als haar broertje. Samen zijn ze 24 jaar.
Hoe oud is Lies?
- A 6
- B 8
- C 12
- D 18
Toon de uitleg
D 18. Tel in delen. Het broertje is één deel en Lies drie, samen vier delen van 24, dus 6 jaar per deel. Lies is 18 en haar broertje 6. 8 is 24 gedeeld door 3, en 12 is de helft van 24.
Breinbreker 9
Zes vierkante tafels staan in een rij tegen elkaar. Aan elke vrije kant van een tafel past één stoel.
Hoeveel stoelen passen er rond de rij?
- A 12
- B 14
- C 18
- D 24
Toon de uitleg
B 14. Langs de lange kanten passen 6 stoelen aan elke kant, samen 12, en aan de twee korte uiteinden nog 1 elk: 14. 24 is 6 × 4, alsof de tafels los staan. 12 vergeet de uiteinden.
Breinbreker 10
Een slak zit onder in een put van 10 meter. Overdag klimt hij 3 meter omhoog, en elke nacht zakt hij 2 meter terug.
Op welke dag komt de slak boven?
- A 5
- B 8
- C 9
- D 10
Toon de uitleg
B 8. Per dag en nacht wint de slak 1 meter, maar op de dag dat hij boven komt, zakt hij niet meer terug. Na 7 dagen en nachten zit hij op 7 meter, en op dag 8 klimt hij van 7 naar 10. Wie 10 zegt, rekent met 1 meter per dag tot het eind.
Zo pak je een breinbreker aan
- Lees de opgave twee keer, en schrijf op wat er gegeven is.
- Zoek de soort: een redenering, een raster, een reeks, een figuur of een som.
- Kies de aanpak die bij die soort hoort, zoals de verschillen van een reeks of een raster op papier.
- Controleer je antwoord aan alles wat er staat, niet alleen aan de laatste zin.
Bij de slak in de put gaat het vaak mis op die laatste stap. Wie per dag een meter rekent, vergeet dat de slak op de laatste dag boven is voordat de nacht begint. Hoe je zo'n som zonder vergelijking oplost, staat in het kennisbankartikel Rekenpuzzels: de doe-alsof-truc. Over de kubus lees je meer in Kubusuitslagen: welk vlak ligt tegenover welk?
Meer puzzels
Op de dagpuzzel staat elke dag een nieuw logigram, voor iedereen hetzelfde. In de gratis test krijg je vijftien puzzels in vijf soorten, en de training Logica en puzzels heeft er 150, met na elke puzzel de uitleg. Een overzicht van de soorten staat op Logische puzzels.
Veelgestelde vragen
- Waarom staat de uitleg achter een knop?
- Zodat je eerst zelf kunt puzzelen. Wie het antwoord meteen ziet, leest de uitleg als een verhaal en onthoudt minder van de aanpak. Probeer het dus eerst, en open daarna de uitleg, ook als je denkt dat je het goed hebt.
- Hoe moeilijk zijn deze breinbrekers?
- Ze lopen op van een paar zinnen als-dan tot een raster dat je een kwartslag tegen de klok in draait. De slak in de put is de lastigste, omdat de laatste dag anders loopt dan de rest.
- Waar vind ik meer?
- Elke dag staat er een nieuw logigram op de dagpuzzel, gratis en zonder account. De training Logica en puzzels heeft 150 puzzels met uitleg, in vijf soorten.