Naar de inhoud
skillido
Drie getekende spelvoorwerpen op een indigo vlak, een tegelraster, een telefoon met een berichtballon en twee tekstballonnen, verbonden door een pad van groene stippen waarover een klein figuurtje loopt

Rekenpuzzels: de doe-alsof-truc

Bij een rekenpuzzel met twee onbekenden, zoals kippen en geiten met samen een aantal poten, doe je alsof alles van de eerste soort is. Je rekent uit hoeveel je dan tekortkomt, en deelt dat door het verschil per stuk. Dat geeft het aantal van de tweede soort, zonder vergelijking en zonder x.

Bijgewerkt op door De redactie van Skillido

Op een erf lopen kippen en geiten, samen 10 dieren met 28 poten. Hoeveel geiten zijn het? Op school leer je daar twee vergelijkingen voor op te stellen. Het kan ook zonder, met een truc die al eeuwen in puzzelboeken staat: doe alsof het allemaal kippen zijn.

De truc in drie stappen

  1. Doe alsof alles van één soort is, en reken uit wat je dan hebt. Tien kippen hebben 20 poten.
  2. Kijk hoeveel je tekortkomt. Er zijn er 28, dus je mist er 8.
  3. Deel dat door het verschil per stuk. Elke geit heeft 2 poten meer dan een kip, dus 8 : 2 = 4 geiten.

De rest zijn kippen: 6. Controleer altijd met de oorspronkelijke getallen. Vier geiten hebben 16 poten en zes kippen 12, samen 28.

Waarom het werkt

Elke keer dat je in gedachten een kip vervangt door een geit, komen er 2 poten bij. Je begint bij 20 en moet naar 28. Dat zijn 8 poten, en dus 4 keer wisselen. Meer zit er niet achter, en daarom werkt het voor alles met twee soorten en twee totalen: wielen, munten, kaartjes, stoelen.

Drie puzzels met dezelfde vier stappen
PuzzelDoe alsofTekortVerschil per stukUitkomst
Kippen en geiten: 10 dieren, 28 potenAlles kippen: 10 × 2 = 20 poten28 − 20 = 8 potenEen geit heeft 2 poten meer8 : 2 = 4 geiten, dus 6 kippen
Munten van 1 en 2 euro: 9 munten, 13 euroAlles 1 euro: 9 euro13 − 9 = 4 euroEen munt van 2 is 1 euro meer4 : 1 = 4 munten van 2 euro, dus 5 van 1
Kaartjes van 8 en 5 euro: 12 mensen, 75 euroAlles kinderkaartjes: 12 × 5 = 60 euro75 − 60 = 15 euroEen volwassene betaalt 3 euro meer15 : 3 = 5 volwassenen, dus 7 kinderen

De twee fouten die het vaakst gebeuren

De eerste is het verschil per stuk. Bij konijnen en kippen is het verschil 2 poten, en wie met de 4 poten van een konijn deelt, komt uit op anderhalf konijn. Een uitkomst die geen heel getal is, betekent bijna altijd dat het verschil niet klopt.

De tweede is het antwoord op de verkeerde vraag. De truc geeft het aantal van de soort waar je niet mee begon. Vraagt de puzzel naar de kippen, dan trek je de geiten nog van het totaal af. In de oefenvragen van de training staat dat getal daarom vaak als fout antwoord tussen de opties.

Oefenen

In de gratis test zitten rekenpuzzels tussen logigrammen, reeksen en kubussen. De training Logica en puzzels heeft een onderdeel rekenpuzzels met poten, wielen, munten, leeftijden en terugrekenen, met na elke puzzel de uitwerking. Meer om te proberen staat op Breinbrekers met uitleg.

Veelgestelde vragen

Maakt het uit met welke soort je begint?
Nee. Doe je alsof alles geiten zijn, dan heb je 40 poten, 12 te veel, en elke kip heeft er 2 minder: 6 kippen. Je krijgt dan het aantal van de andere soort, en de uitkomst is dezelfde. Kies de soort waarmee het rekenen het makkelijkst is.
Wat als de uitkomst geen heel getal is?
Dan is er een fout gemaakt, in de som of in het verschil per stuk. Een half konijn of anderhalve munt bestaat niet. Kijk eerst of je het verschil goed hebt: een konijn heeft 2 poten meer dan een kip, niet 4.
Werkt de truc ook bij drie soorten?
Alleen als er een extra gegeven is, zoals dat er evenveel fietsen als steps zijn. Met drie onbekenden en twee gegevens zijn er meestal meer oplossingen, en dan helpt geen enkele truc.
Rekenpuzzels oplossen met de doe-alsof-truc | Skillido