Spelling oefenen: tien opgaven met uitleg per regel
Spelling oefenen werkt het best op zinnen waarin je zelf twijfelt. Hieronder staan tien zinnen uit werkdocumenten met twee open plekken, over werkwoorden, hun en hen, hoofdletters, aaneen of los en leestekens. Achter een klik lees je de regel die beslist.
Tien opgaven uit werkdocumenten
Opgave 1
Teamchat. "Ik open plek 1antwoorden vandaag nog op de mail over de levertijd. Joost open plek 2antwoorden op de vragen over de factuur."
Welke vormen horen op plek 1 en plek 2?
- A antwoord / antwoordt
- B antwoordt / antwoord
- C antwoordt / antwoordt
- D antwoord / antwoord
Bekijk het antwoord
A antwoord / antwoordt. Bij ik schrijf je alleen de stam antwoord, en bij Joost komt er een t achter de stam, dus antwoordt. Met lopen hoor je het verschil, ik loop en Joost loopt. Dat de stam al op een d eindigt, verandert daar niets aan. Een t achter ik is dus te veel, en zonder t bij Joost ontbreekt hij.
Opgave 2
Mail van Ruben. "Hoi Mila, ik open plek 1geloven eerst niet dat de folders al gedrukt waren. Toch open plek 2plakken ik gisteren de eerste stickers op de dozen."
Welke vormen horen op plek 1 en plek 2?
- A geloofte / plakte
- B geloofde / plakte
- C geloofde / plakde
- D geloofte / plakde
Bekijk het antwoord
B geloofde / plakte. In het hele werkwoord geloven hoor je een v, die niet in 't kofschip zit, dus geloofde; plak eindigt op een k, dus plakte. Geloofte laat zich leiden door de f die je in de stam schrijft, plakde vergeet dat de k stemloos is.
Bron: 't Kofschip
Opgave 3
Mail aan de klantenservice. "Mevrouw Bakker open plek 1verhuizen volgende week naar Amersfoort. Haar nieuwe adres heb ik al in het systeem open plek 2verwerken."
Welke vormen horen op plek 1 en plek 2?
- A verhuist / verwerkt
- B verhuisd / verwerkt
- C verhuist / verwerkd
- D verhuisd / verwerkd
Bekijk het antwoord
A verhuist / verwerkt. Plek 1 is de persoonsvorm bij mevrouw Bakker (zij), dus stam verhuis plus t: verhuist; maak er twee klanten van en je krijgt "verhuizen". Plek 2 is het deelwoord bij "heb", zonder ge- na ver-, en werk eindigt op een k uit 't kofschip, dus verwerkt. Verhuisd is het deelwoord (zij is verhuisd), en verwerkd zet een d achter een stemloze k.
Opgave 4
Uit een verslag: "De stagiairs hebben hun onderzoek afgerond. [1] presenteren maandag het rapport [2] ze samen hebben geschreven."
Kies de woorden voor plek 1 en plek 2.
- A Zij / dat
- B Hun / dat
- C Zij / die
- D Hun / die
Bekijk het antwoord
A Zij / dat. Plek 1 is het onderwerp van presenteren, en dat is zij of ze; rapport is een het-woord, dus het rapport dat. Hun als onderwerp is geen standaardtaal. Die hoort bij de-woorden, zoals de presentatie die.
Opgave 5
Uit een verslag: "De opslagruimte [1] we sinds maart huren, biedt net zoveel plek [2] het oude magazijn."
Kies de woorden voor plek 1 en plek 2.
- A dat / dan
- B dat / als
- C die / dan
- D die / als
Bekijk het antwoord
D die / als. Opslagruimte is een de-woord, dus de opslagruimte die; na net zoveel schrijf je als. Het magazijn verderop is een het-woord, maar die verwijst terug naar opslagruimte. Dan hoort bij een vergrotende trap: meer plek dan het oude magazijn.
Bron: Niets anders als / dan
Opgave 6
Agenda-uitnodiging. "Het teamuitje is op 9 [1] in [2]. We vertrekken om 8.30 uur vanaf kantoor."
Welke schrijfwijzen horen op plek 1 en plek 2?
- A Oktober / Noord-Holland
- B oktober / noord-Holland
- C Oktober / noord-Holland
- D oktober / Noord-Holland
Bekijk het antwoord
D oktober / Noord-Holland. Namen van maanden schrijf je met een kleine letter: oktober. Noord-Holland is de naam van een provincie, en beide delen van zo'n naam krijgen een hoofdletter.
Bron: Datumnotatie
Opgave 7
Mail aan klanten: "Met [1] is de winkel gesloten. In de [2] gaan we elke dag om vier uur dicht."
Kies de schrijfwijzen voor plek 1 en plek 2.
- A Pasen / kerstvakantie
- B Pasen / Kerstvakantie
- C pasen / Kerstvakantie
- D pasen / kerstvakantie
Bekijk het antwoord
A Pasen / kerstvakantie. Pasen is de officiële naam van een feestdag en krijgt een hoofdletter. Een samenstelling met de naam van een feestdag krijgt een kleine letter, dus kerstvakantie. Wie Kerstvakantie schrijft, laat de hoofdletter van Kerstmis meelopen in een nieuw woord.
Opgave 8
Notulen: "In het open plek 1team + overleg van maandag bespraken we de lange wachttijden bij de open plek 2klant + service."
Kies wat er op plek 1 en plek 2 hoort.
- A teamoverleg / klantenservice
- B team overleg / klanteservice
- C teamoverleg / klanteservice
- D team overleg / klantenservice
Bekijk het antwoord
A teamoverleg / klantenservice. Een samenstelling schrijf je aan elkaar, en klant heeft alleen het meervoud klanten, dus teamoverleg en klantenservice. Team overleg maakt van één woord er twee. Klanteservice laat de n weg omdat je hem niet uitspreekt. Een eerste deel dat niet op -e eindigt, krijgt toch -en-.
Bron: Tussenklanken in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden (algemeen)
Opgave 9
Mail van de controller: "De open plek 1cash + flow staat onder druk. Daarom geldt vanaf juli een open plek 2personeel + stop op alle afdelingen."
Kies wat er op plek 1 en plek 2 hoort.
- A cashflow / personeelsstop
- B cash flow / personeelstop
- C cash flow / personeelsstop
- D cashflow / personeelstop
Bekijk het antwoord
A cashflow / personeelsstop. Cashflow is een gangbare Engelse samenstelling en staat aan elkaar, en personeel krijgt een tussen-s, net als in personeelsblad, die naast de s van stop blijft staan. Cash flow schrijft het Engels na. Personeelstop klinkt hetzelfde, maar mist de tussen-s.
Bron: Tussenklanken in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden (algemeen)
Opgave 10
Receptiebericht: Op het parkeerterrein staan twee open plek 1meervoud van auto van klanten. De sleutels van open plek 2Anna + s auto liggen bij de balie.
Welke schrijfwijzen horen op plek 1 en plek 2?
- A auto's / Anna's
- B autos / Annas
- C auto's / Annas
- D autos / Anna's
Bekijk het antwoord
A auto's / Anna's. Auto eindigt op een lange klinker, geschreven met één letter. Zonder apostrof lees je de o in "autos" kort, dus auto's. Hetzelfde geldt voor de bezits-s achter Anna: Anna's.
Bron: Queries / query's
Zeven plekken waar volwassenen twijfelen
De meeste fouten in een mail of verslag zitten op dezelfde zeven plekken. Bij elke plek staat hier één voorbeeld en een verwijzing naar de pagina waar je ermee verder oefent.
- De d of de t bij de persoonsvorm. Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg: vind jij de offerte te duur? Staat jij ervoor, dan blijft hij staan: jij vindt de offerte te duur. Meer daarover op d of t.
- De verleden tijd en het voltooid deelwoord. Eindigt de stam op een letter uit 't kofschip (t, k, f, s, ch of p), dan schrijf je -te: hij werkte. Anders schrijf je -de: hij belde. Het voltooid deelwoord volgt dezelfde keuze: gewerkt, gebeld, verhuisd. Oefenen met hele berichten kan op werkwoordspelling oefenen.
- Hun, hen en zij. Zij doet de handeling, hun hoort bij iets wat van hen is en na een voorzetsel schrijf je hen. Zij pakken hun spullen en ik help hen. De hele regel staat op hun of hen.
- Als of dan. Na een vergelijking van gelijke dingen schrijf je als: even snel als vorig jaar. Na een vergrotende trap schrijf je dan: hoger dan vorig jaar. Meer voorbeelden staan op als of dan.
- Hoofdletters. Dagen en maanden schrijf je met een kleine letter: maandag, oktober. Namen van provincies en streken krijgen er wel een: Noord-Holland. Hoe het zit met functietitels, feestdagen en talen lees je in de training Spelling en leestekens.
- Aaneen of los. Twee zelfstandige naamwoorden die samen één begrip vormen, schrijf je aan elkaar: klantenservice, jaarverslag. Ook die oefening zit in de training Spelling en leestekens.
- Leestekens. Tussen twee persoonsvormen die bij verschillende zinnen horen staat een komma: wie zich vóór vrijdag aanmeldt, krijgt een plek. Een meervoud op een lange klinker van één letter krijgt een apostrof: auto's. Alles over komma, puntkomma, dubbele punt en apostrof staat op leestekens.
Zo gebruik je de tien opgaven
Elke opgave is een zin uit een mail, verslag of chat met twee open plekken en vier antwoorden. Lees de zin, kies voor jezelf wat erin hoort en klap dan pas het antwoord open. Klopt je keuze niet, lees dan de uitleg: de eerste zin noemt de regel die beide plekken beslist, en daarna staat waarom elke foute vorm fout is.
De opgaven lopen door elkaar heen, van werkwoorden tot leestekens, en van makkelijk tot lastig. Zo zie je meteen op welke plek je zelf het vaakst twijfelt. Daar oefen je daarna verder, op de pagina die erbij hoort. Alle namen en berichten in de opgaven zijn verzonnen.
Twee gratis tests
Voor een uitslag zijn er twee tests. De test Werkwoordspelling heeft vijf onderdelen: de tegenwoordige tijd, de verleden tijd, het voltooid deelwoord, lastige gevallen en een fout vinden in een mail. De test Spelling en leestekens heeft vijf andere onderdelen: verwijswoorden, hoofdletters, aaneen of los, leestekens en woorden die vaak misgaan. Per onderdeel krijg je drie opgaven, zonder account, en daarna zie je je uitslag. De opgaven in de tests zijn andere dan de tien op deze pagina.
Bij elk antwoord de regel en de bron
Spelling is een kwestie van afspraken, en die afspraken staan op te zoeken. Daarom staat bij elke opgave de regel erbij, en bij de meeste ook de pagina van Taaladvies.net of de Woordenlijst waar hij staat, met een link. Je ziet zo waar een regel vandaan komt in plaats van alleen dat je fout zat. Wat er in de programma's van dertig dagen zit, lees je bij Spelling en leestekens en Werkwoordspelling. De andere tests over taal staan onder Taal en lezen.
Veelgestelde vragen
- Is dit voor scholieren of voor volwassenen?
- Voor volwassenen. De opgaven zijn mails, verslagen en berichten in een teamchat. Een account en een aankoop zijn er vanaf 16 jaar; de gratis tests kun je zonder account doen.
- Waar komen de regels vandaan?
- Uit Taaladvies.net en de Woordenlijst Nederlandse Taal. Bij de opgaven over hun en hen, hoofdletters, aaneen of los en leestekens staat onder de uitleg de pagina waar de regel staat, met een link.
- Wat is het verschil tussen de twee gratis tests?
- De test Werkwoordspelling gaat over de d, de t en het deelwoord. De test Spelling en leestekens gaat over hun en hen, hoofdletters, aaneen of los, leestekens en woorden die vaak misgaan. Elk heeft vijf onderdelen met drie opgaven per onderdeel.
- Wat kost het?
- De tests zijn gratis en vragen geen e-mailadres. Daarna kun je een programma van dertig dagen kopen: €29 voor Spelling en leestekens en €29 voor Werkwoordspelling, elk eenmalig. Dat hoeft niet.