Sollicitatievragen oefenen: 20 veelgestelde vragen en het sterkere antwoord (gratis)
Een goed antwoord op een sollicitatievraag noemt een concreet voorbeeld uit je eigen werk, blijft bij wat jij deed en past bij de functie. Hieronder staan twintig veelgestelde vragen met twee antwoorden, en bij elk de uitleg waarom het ene sterker is.
Twintig sollicitatievragen om te oefenen
Vraag 1
De interviewer vraagt: “Vertel eens over jezelf.”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik werk sinds vier jaar als planner bij een transportbedrijf en regel daar de ritten van twaalf chauffeurs. Daarvoor deed ik de mbo-opleiding logistiek. Nu zoek ik werk met meer klantcontact, en daarom reageer ik op deze vacature.
- B Ik ben geboren in Utrecht, ben 34 jaar en heb twee kinderen. In mijn vrije tijd wandel ik graag en kook ik veel. Mijn vrienden zeggen dat ik gezellig ben en dat ik altijd klaarsta voor anderen.
Toon het sterkere antwoord
A Ik werk sinds vier jaar als planner bij een transportbedrijf en regel daar de ritten van twaalf chauffeurs. Daarvoor deed ik de mbo-opleiding logistiek. Nu zoek ik werk met meer klantcontact, en daarom reageer ik op deze vacature.. De vraag is een uitnodiging om je werk en je route naar deze functie te schetsen. Het sterke antwoord noemt wat je doet, wat je geleerd hebt en waarom je hier zit. Het zwakke antwoord geeft privégegevens waar de werkgever niet om vroeg.
Vraag 2
De interviewer vraagt: “Waarom wil je bij ons werken?”
Welk antwoord is sterker?
- A Jullie zijn een mooi, groeiend bedrijf met een goede naam in de regio. Ik hoor van iedereen dat het hier fijn werken is, en ik zoek een nieuwe uitdaging waarin ik me kan ontwikkelen binnen een gezellig team.
- B Jullie bouwen woningen in houtskeletbouw en ik heb drie jaar prefab-elementen gemonteerd. Het project in de Meerpolder las ik in de krant. Ik wil werken met een methode die ik al ken en daar meer van leren.
Toon het sterkere antwoord
B Jullie bouwen woningen in houtskeletbouw en ik heb drie jaar prefab-elementen gemonteerd. Het project in de Meerpolder las ik in de krant. Ik wil werken met een methode die ik al ken en daar meer van leren.. Een goed antwoord kan alleen over dit bedrijf gaan. Het sterke antwoord noemt iets wat de kandidaat zelf heeft opgezocht en koppelt het aan eigen ervaring. Het zwakke antwoord past op elk bedrijf, dus de werkgever hoort er niet in terug waarom hij het is.
Vraag 3
De interviewer vraagt: “Wat is je grootste zwakte?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik ben een perfectionist en werk soms te hard. Collega’s zeggen dat ik te veel van mezelf vraag en geen rust neem. Het is een zwakte, want ik wil alles altijd perfect afleveren voor mijn werkgever.
- B Ik neem vaak te veel taken tegelijk aan. Vorig jaar leverde dat een gemiste deadline op. Sindsdien loop ik elke maandag mijn lijst met mijn leidinggevende door en zeg ik nee tegen wat niet past. Sinds die aanpak haal ik mijn deadlines.
Toon het sterkere antwoord
B Ik neem vaak te veel taken tegelijk aan. Vorig jaar leverde dat een gemiste deadline op. Sindsdien loop ik elke maandag mijn lijst met mijn leidinggevende door en zeg ik nee tegen wat niet past. Sinds die aanpak haal ik mijn deadlines.. Een werkgever wil weten of je jezelf kent en iets met die kennis doet. Het sterke antwoord noemt een echte zwakte, het gevolg en wat de kandidaat eraan deed. Het zwakke antwoord is een compliment in vermomming, en dat herkent een interviewer direct.
Vraag 4
De interviewer vraagt: “Waar zie je jezelf over vijf jaar?”
Welk antwoord is sterker?
- A Over vijf jaar wil ik teamleider zijn of senior in mijn vak. Daarvoor heb ik ervaring met grotere projecten nodig en een cursus leidinggeven. Het eerste kan ik in deze functie opdoen, de cursus wil ik in het tweede jaar volgen.
- B Over vijf jaar zie ik mezelf op een plek waar ik gelukkig ben en het naar mijn zin heb. Ik kan moeilijk zeggen waar dat is, want het leven loopt vaak anders dan je denkt en ik zie wel wat er op mijn pad komt.
Toon het sterkere antwoord
A Over vijf jaar wil ik teamleider zijn of senior in mijn vak. Daarvoor heb ik ervaring met grotere projecten nodig en een cursus leidinggeven. Het eerste kan ik in deze functie opdoen, de cursus wil ik in het tweede jaar volgen.. De werkgever wil zien dat je richting hebt en dat die richting past bij de functie. Het sterke antwoord noemt een doel en de stappen daarheen. Het zwakke antwoord ontwijkt de vraag en laat niets zien om op te bouwen.
Vraag 5
De interviewer vraagt: “Waarom ben je weggegaan bij je vorige werkgever?”
Welk antwoord is sterker?
- A Mijn contract liep af omdat het project eindigde. Ik heb er veel geleerd over klantcontact, maar er was geen vervolg voor mijn rol. Daarom zoek ik een plek waar ik die ervaring langer kan inzetten.
- B Mijn leidinggevende was onbetrouwbaar en mijn collega’s werkten niet mee. Er werd veel gezeurd en niemand nam verantwoordelijkheid. Op een gegeven moment had ik er geen zin meer in en dacht ik: het is tijd voor iets beters.
Toon het sterkere antwoord
A Mijn contract liep af omdat het project eindigde. Ik heb er veel geleerd over klantcontact, maar er was geen vervolg voor mijn rol. Daarom zoek ik een plek waar ik die ervaring langer kan inzetten.. Praat over een vorige werkgever zonder te beschuldigen. Het sterke antwoord noemt een feitelijke reden en wat de kandidaat meeneemt. Het zwakke antwoord zet anderen neer, en de interviewer vraagt zich af wat er over hem gezegd gaat worden.
Vraag 6
De interviewer vraagt: “Vertel over een conflict met een collega.”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik heb eigenlijk nooit conflicten met collega’s. Ik kan met iedereen overweg en als er iets speelt, laat ik het voor wat het is. Zo blijft de sfeer goed en gaat het werk gewoon door.
- B Een collega en ik wilden de taken in een andere volgorde doen. Ik heb hem apart gesproken en gevraagd waarom hij die volgorde koos. Hij had een klant die eerder wilde. We kozen samen een nieuwe volgorde en de levering ging een dag eerder weg.
Toon het sterkere antwoord
B Een collega en ik wilden de taken in een andere volgorde doen. Ik heb hem apart gesproken en gevraagd waarom hij die volgorde koos. Hij had een klant die eerder wilde. We kozen samen een nieuwe volgorde en de levering ging een dag eerder weg.. Met deze vraag wil de werkgever een voorbeeld horen: de situatie, wat jij deed en wat eruit kwam. Het sterke antwoord geeft dat in drie zinnen. Het zwakke antwoord ontkent het conflict en laat zien dat de kandidaat het uit de weg gaat.
Vraag 7
De interviewer vraagt: “Wat zijn je sterke punten?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik houd goed overzicht. In mijn huidige baan beheer ik de agenda van vijf behandelaars en in drie jaar was er geen dubbele afspraak. Collega’s vragen mij ook om hulp als ze vastlopen in het planningssysteem.
- B Ik ben enthousiast, flexibel en een echte teamspeler. Ik leer snel, ben stressbestendig en heb een positieve instelling. Ik neem verantwoordelijkheid en ik ben altijd bereid een stapje extra te zetten voor het team.
Toon het sterkere antwoord
A Ik houd goed overzicht. In mijn huidige baan beheer ik de agenda van vijf behandelaars en in drie jaar was er geen dubbele afspraak. Collega’s vragen mij ook om hulp als ze vastlopen in het planningssysteem.. Een sterk punt krijgt kracht van het bewijs. Het sterke antwoord noemt één eigenschap met een zichtbaar resultaat. Het zwakke antwoord is een rij woorden die elke kandidaat kan zeggen en die de werkgever niet kan nagaan.
Vraag 8
De interviewer vraagt: “Hoe ga je om met werkdruk?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik kan goed tegen druk. Ik werk het liefst onder tijdsdruk, want dan haal ik het beste uit mezelf. Stress heb ik eigenlijk nooit, ik blijf altijd rustig en laat me niet gek maken door wat dan ook.
- B Als het druk wordt, schrijf ik op wat vandaag moet en wat kan wachten. Vorige maand vielen twee collega’s uit. Ik heb met mijn teamleider de drie belangrijkste taken bepaald en de rest een week doorgeschoven. Daarna heb ik alles ingehaald.
Toon het sterkere antwoord
B Als het druk wordt, schrijf ik op wat vandaag moet en wat kan wachten. Vorige maand vielen twee collega’s uit. Ik heb met mijn teamleider de drie belangrijkste taken bepaald en de rest een week doorgeschoven. Daarna heb ik alles ingehaald.. Werkdruk bestaat in elke functie, dus de werkgever wil een methode horen. Het sterke antwoord laat zien wat de kandidaat doet en wanneer hij overlegt. Het zwakke antwoord zegt dat het geen probleem is, en dat gelooft niemand.
Vraag 9
De interviewer vraagt: “Waarom zouden wij jou moeten aannemen?”
Welk antwoord is sterker?
- A Jullie zoeken iemand die de debiteurenadministratie direct kan overnemen. Dat doe ik nu zes jaar, in hetzelfde pakket als dat van jullie. Jullie hoeven mij dus niet maandenlang in te werken.
- B Omdat ik de beste kandidaat voor deze functie ben. Ik ben gemotiveerd, ik werk hard en ik pas goed bij jullie bedrijf. Andere kandidaten hebben misschien meer ervaring, maar niemand wil het zo graag als ik.
Toon het sterkere antwoord
A Jullie zoeken iemand die de debiteurenadministratie direct kan overnemen. Dat doe ik nu zes jaar, in hetzelfde pakket als dat van jullie. Jullie hoeven mij dus niet maandenlang in te werken.. Leg de vacature naast je ervaring en benoem waar die overlappen. Het sterke antwoord pakt een eis uit de vacature en laat zien dat de kandidaat eraan voldoet. Het zwakke antwoord beweert het alleen, en het zet de andere kandidaten neer zonder iets te weten.
Vraag 10
De interviewer vraagt: “Wat verwacht je van je leidinggevende?”
Welk antwoord is sterker?
- A Dat hij of zij een goede leider is, die mij de ruimte geeft maar er wel is als het nodig is. Een leidinggevende moet eerlijk, open en betrokken zijn en mij motiveren om het beste uit mezelf te halen.
- B Duidelijke prioriteiten en een vast moment om te bespreken wat goed gaat en wat niet. Bij mijn vorige leidinggevende werkte een kwartier op maandag goed: ik wist wat er speelde en hij wist waar ik mee bezig was.
Toon het sterkere antwoord
B Duidelijke prioriteiten en een vast moment om te bespreken wat goed gaat en wat niet. Bij mijn vorige leidinggevende werkte een kwartier op maandag goed: ik wist wat er speelde en hij wist waar ik mee bezig was.. De vraag toont hoe je het liefst werkt. Het sterke antwoord noemt twee dingen die je kunt afspreken en geeft een voorbeeld van wat werkte. Het zwakke antwoord beschrijft een ideaalbeeld waar niemand aan kan voldoen.
Vraag 11
De interviewer vraagt: “Wat is je salarisverwachting?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik heb gekeken naar vergelijkbare vacatures. Daaruit komt voor deze functie een bruto maandsalaris tussen 3.200 en 3.500 euro bij 36 uur. Mijn huidige salaris ligt daar net onder. Ik praat graag over het geheel van het pakket.
- B Dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Geld is voor mij niet het belangrijkste, dus ik laat het aan jullie over. Ik neem wat jullie bieden, zolang het werk maar leuk is en de sfeer goed.
Toon het sterkere antwoord
A Ik heb gekeken naar vergelijkbare vacatures. Daaruit komt voor deze functie een bruto maandsalaris tussen 3.200 en 3.500 euro bij 36 uur. Mijn huidige salaris ligt daar net onder. Ik praat graag over het geheel van het pakket.. Noem een bandbreedte die je kunt onderbouwen. Het sterke antwoord geeft een getal met een bron en laat ruimte voor overleg. Het zwakke antwoord geeft de onderhandeling weg voordat die begint.
Vraag 12
De interviewer vraagt: “Vertel over een fout die je hebt gemaakt.”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik maak eigenlijk weinig fouten, want ik werk nauwkeurig. Als er iets misgaat, ligt dat meestal aan onduidelijke afspraken of aan een collega die informatie te laat doorgeeft. Ik leer er dan van door beter te vragen.
- B Ik stuurde een offerte met een verkeerde prijs naar een klant. Ik zag het de volgende ochtend, belde de klant direct en stuurde een gecorrigeerde offerte. Sindsdien laat ik elke offerte boven 5.000 euro door een collega controleren.
Toon het sterkere antwoord
B Ik stuurde een offerte met een verkeerde prijs naar een klant. Ik zag het de volgende ochtend, belde de klant direct en stuurde een gecorrigeerde offerte. Sindsdien laat ik elke offerte boven 5.000 euro door een collega controleren.. De werkgever let op hoe je met een fout omgaat. Het sterke antwoord noemt de fout, het herstel en de afspraak daarna. Het zwakke antwoord legt de schuld buiten de kandidaat en noemt geen voorbeeld.
Vraag 13
De interviewer vraagt: “Werk je liever alleen of in een team?”
Welk antwoord is sterker?
- A Dat hangt van de taak af. Analyse doe ik het liefst alleen, de planning bespreek ik met het team. In mijn huidige team deel ik elke ochtend vijf minuten wat ik die dag ga doen.
- B Ik werk graag in een team, maar ook graag alleen. Het ligt er maar aan, ik kan me aan beide goed aanpassen. Als ik moet kiezen, kies ik beide, want elke situatie vraagt iets anders.
Toon het sterkere antwoord
A Dat hangt van de taak af. Analyse doe ik het liefst alleen, de planning bespreek ik met het team. In mijn huidige team deel ik elke ochtend vijf minuten wat ik die dag ga doen.. Een antwoord als “allebei” kan kloppen en toch niets zeggen. Het sterke antwoord noemt welke taak bij welke werkwijze past en geeft een gewoonte die dat laat zien. Het zwakke antwoord herhaalt de vraag in andere woorden.
Vraag 14
De interviewer vraagt: “Hoe ga je om met kritiek?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik kan goed tegen kritiek, want ik zie het als een kans om te groeien. Ik neem het niet persoonlijk en sta er altijd voor open. Feedback is een cadeau, en ik ben er dankbaar voor.
- B Ik vraag door tot ik weet wat ik anders moet doen. Mijn teamleider vond mijn rapportages te lang. Ik heb er drie samen met haar ingekort en daarna een vast format gemaakt, dat nu het hele team gebruikt.
Toon het sterkere antwoord
B Ik vraag door tot ik weet wat ik anders moet doen. Mijn teamleider vond mijn rapportages te lang. Ik heb er drie samen met haar ingekort en daarna een vast format gemaakt, dat nu het hele team gebruikt.. Kritiek verwerken laat zich alleen laten zien met een gebeurtenis. Het sterke antwoord noemt de kritiek, wat de kandidaat deed en wat het opleverde. Het zwakke antwoord klinkt als een leerboek en bewijst niets.
Vraag 15
De interviewer vraagt: “Wat motiveert je?”
Welk antwoord is sterker?
- A Een klus afmaken die zichtbaar iets oplevert. Toen ik de voorraadadministratie opnieuw inrichtte, ging de afwijking bij de telling in een kwartaal van 8 procent naar 1 procent. Zulke cijfers geven me energie.
- B Mij motiveert dat ik iets kan betekenen voor anderen en dat ik elke dag iets nieuws leer. Een goede sfeer is voor mij belangrijk, en natuurlijk een leuke baan waarin ik mezelf kan ontplooien.
Toon het sterkere antwoord
A Een klus afmaken die zichtbaar iets oplevert. Toen ik de voorraadadministratie opnieuw inrichtte, ging de afwijking bij de telling in een kwartaal van 8 procent naar 1 procent. Zulke cijfers geven me energie.. De werkgever wil weten wat je gaande houdt als het even tegenzit. Het sterke antwoord koppelt motivatie aan een gebeurtenis die de kandidaat zelf heeft meegemaakt. Het zwakke antwoord zou op elke functie passen.
Vraag 16
De interviewer vraagt: “Wat weet je over ons bedrijf?”
Welk antwoord is sterker?
- A Jullie zijn een bekend bedrijf dat al jaren bestaat en veel klanten heeft. Ik heb de website bekeken en die zag er goed uit. Ik weet dat jullie een goede naam hebben en dat het hier fijn werken is.
- B Jullie verkopen tuinmeubelen online en openden vorig jaar een winkel in Zwolle. Op jullie site zag ik dat je binnen drie dagen kunt laten bezorgen. Ik heb een vraag over hoe de webshop en de winkel de voorraad delen.
Toon het sterkere antwoord
B Jullie verkopen tuinmeubelen online en openden vorig jaar een winkel in Zwolle. Op jullie site zag ik dat je binnen drie dagen kunt laten bezorgen. Ik heb een vraag over hoe de webshop en de winkel de voorraad delen.. Voorbereiding blijkt uit details. Het sterke antwoord noemt twee feiten en sluit af met een vraag. Het zwakke antwoord noemt alleen een algemene indruk.
Vraag 17
De interviewer vraagt: “Hoe ga je om met meerdere deadlines tegelijk?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik zet de taken op volgorde van deadline en gevolg. Vorige maand had ik drie opdrachten op één vrijdag. Ik heb eerst de klant met de zwaarste boete geholpen en de andere twee een dag uitstel gevraagd, met uitleg waarom.
- B Ik ben goed in plannen en organiseren. Ik houd alles in de gaten en zorg dat alles op tijd klaar is. Als er een deadline is, dan haal ik die, want ik laat mensen nooit in de steek.
Toon het sterkere antwoord
A Ik zet de taken op volgorde van deadline en gevolg. Vorige maand had ik drie opdrachten op één vrijdag. Ik heb eerst de klant met de zwaarste boete geholpen en de andere twee een dag uitstel gevraagd, met uitleg waarom.. Planning is een werkwijze en geen eigenschap. Het sterke antwoord noemt het criterium waarmee de kandidaat kiest en laat zien dat hij ook uitstel durft te vragen. Het zwakke antwoord belooft dat alles lukt.
Vraag 18
De interviewer vraagt: “Wat doe je als je het niet eens bent met een beslissing van je leidinggevende?”
Welk antwoord is sterker?
- A Dan zeg ik duidelijk wat ik ervan vind, ook als anderen dat niet leuk vinden. Ik loop niet achter mensen aan en ik hou mijn mening niet voor me. Als ik ergens niet achter sta, merkt iedereen dat.
- B Ik vraag eerst naar de reden achter de beslissing. Heb ik daarna nog bezwaar, dan leg ik mijn punt met cijfers voor en laat ik de beslissing daarna aan haar. Zo ging het bij de nieuwe roosters: ik bracht de kosten van de late dienst in kaart, het rooster bleef en ik voerde het uit.
Toon het sterkere antwoord
B Ik vraag eerst naar de reden achter de beslissing. Heb ik daarna nog bezwaar, dan leg ik mijn punt met cijfers voor en laat ik de beslissing daarna aan haar. Zo ging het bij de nieuwe roosters: ik bracht de kosten van de late dienst in kaart, het rooster bleef en ik voerde het uit.. Je laat zien dat je kunt tegenspreken en een besluit daarna kunt uitvoeren. Het sterke antwoord doet allebei. Het zwakke antwoord noemt alleen het eerste en klinkt als iemand die moeilijk te sturen is.
Vraag 19
De interviewer vraagt: “Waarom wil je van branche wisselen?”
Welk antwoord is sterker?
- A Ik werk acht jaar in de horeca en regelde daar de roosters en de inkoop. Dat deel vind ik het leukst, en dat zoek ik nu fulltime in een planningsfunctie. Ik volg daarvoor een cursus Excel en wil graag een proefdag meelopen.
- B Ik wil iets heel anders gaan doen. De horeca is zwaar en ik ben het zat om in het weekend te werken. Ik denk dat ik overal wel kan werken, als het maar overdag is en met normale tijden.
Toon het sterkere antwoord
A Ik werk acht jaar in de horeca en regelde daar de roosters en de inkoop. Dat deel vind ik het leukst, en dat zoek ik nu fulltime in een planningsfunctie. Ik volg daarvoor een cursus Excel en wil graag een proefdag meelopen.. Een wisseling is geloofwaardig als je naar iets toe gaat en niet alleen ergens vandaan. Het sterke antwoord noemt de overlap in taken en een stap die de kandidaat al zette. Het zwakke antwoord noemt alleen wat hij zat is.
Vraag 20
De interviewer vraagt: “Heb je nog vragen aan ons?”
Welk antwoord is sterker?
- A Nee, jullie hebben alles al duidelijk uitgelegd. Ik heb geen vragen meer en hoor graag wanneer ik uitsluitsel krijg. Eventueel wil ik nog weten hoeveel vakantiedagen ik krijg en of ik thuis kan werken.
- B Ja. Hoe ziet de eerste maand eruit voor iemand in deze functie? En waaraan merken jullie na een half jaar dat een nieuwe collega het goed doet?
Toon het sterkere antwoord
B Ja. Hoe ziet de eerste maand eruit voor iemand in deze functie? En waaraan merken jullie na een half jaar dat een nieuwe collega het goed doet?. Een vraag laat zien dat je al in de functie denkt. Het sterke antwoord vraagt naar de start en naar de maatstaf. Het zwakke antwoord begint met “nee” en komt daarna alleen met vragen over verlof en thuiswerken.
De drie soorten sollicitatievragen
Bijna elke vraag in een sollicitatiegesprek valt in een van drie groepen. De eerste groep gaat over jou en je route: vertel eens over jezelf, waarom ben je weggegaan, waarom wil je van branche wisselen. De tweede groep gaat over jouw motivatie voor deze baan: waarom wil je hier werken, wat weet je over ons, waar zie je jezelf over vijf jaar. De derde groep gaat over hoe je werkt: wat is je zwakte, hoe ga je om met werkdruk, kritiek of een conflict.
Elke groep meet iets anders. Bij de eerste kijkt de interviewer of je verhaal klopt en bij de functie past. Bij de tweede kijkt hij of je je hebt voorbereid. Bij de derde wil hij een gebeurtenis horen, omdat een eigenschap zonder voorbeeld niets bewijst.
Wat een werkgever wil horen
Een werkgever zoekt iemand die de taak kan doen, die met het team kan werken en die blijft als het even tegenzit. Een goed antwoord laat daar iets van zien zonder dat hij het hardop zegt. In de voorbeelden hierboven is het sterke antwoord vrijwel altijd het antwoord met een concreet feit: een aantal jaren, een aantal collega’s, een klant, een maand. Het zwakke antwoord bestaat uit woorden die elke kandidaat kan gebruiken, zoals gemotiveerd, flexibel en teamspeler.
Het zwakke antwoord hoeft daarom niet onwaar te zijn. Het is ongeschikt omdat de interviewer er niets mee kan. Of iemand flexibel is, kan hij niet nagaan. Over het project waarin je drie weken lang van team wisselde kan hij wel doorvragen.
Zo oefen je met deze twintig vragen
Lees een vraag en bedenk eerst zelf in een paar zinnen hoe jij hem zou beantwoorden. Open daarna pas de uitleg en kijk welk van de twee antwoorden dichter bij jouw antwoord zit. Dat zegt iets over hoe je nu antwoordt. Zit je antwoord bij het zwakke, probeer het dan opnieuw met een gebeurtenis uit je eigen werk.
Een uur is genoeg voor de voorbereiding. Schrijf vier of vijf gebeurtenissen uit je werk op, met de situatie, wat jij deed en wat het opleverde. Zoek bij elke vraag uit de lijst welk verhaal past, en zeg het één keer hardop. Daarna weet je zonder papier waar je mee begint.
Een antwoord opbouwen met de STAR-methode
Voor vragen over een gebeurtenis werkt een vaste volgorde: de situatie, jouw taak, wat je deed en wat eruit kwam. In het sterke antwoord op de vraag over een fout hierboven zit die volgorde in vier zinnen. De offerte met de verkeerde prijs is de situatie, het herstellen ervan de taak, het bellen van de klant wat de kandidaat deed, en de controle door een collega is het resultaat.
Houd de situatie kort. Twee zinnen is genoeg, want de interviewer wil vooral horen wat jij deed. Gebruik ik in plaats van wij, ook als je in een team werkte, en benoem wat jouw deel was. Sluit af met iets wat je kunt tellen of aanwijzen, zoals een dag eerder geleverd, een afwijking van 8 naar 1 procent of een afspraak die nu voor het hele team geldt.
Wat je liever niet doet
Praat niet slecht over een vorige werkgever, ook niet als het waar is. Beantwoord de vraag die gesteld wordt en niet de vraag die je liever had gehad. Noem een zwakte waar je iets aan hebt gedaan, en geen eigenschap die in feite een compliment is. En stel aan het eind een vraag, want een kandidaat zonder vragen komt over alsof de functie hem weinig uitmaakt.
Verder oefenen
Wie weet welke kwaliteiten hij wil noemen, kan zijn antwoorden gerichter bouwen. Bij kernkwaliteiten staat hoe je ze vindt, en de gratis kwaliteitentest geeft per kwaliteit een voorbeeld. Zeg je in een gesprek te snel ja of te snel niets? Op assertiviteit staat hoe je een duidelijke zin bouwt, en de gratis assertiviteitstest laat zien hoe je nu reageert. Alle namen, bedrijven en cijfers in de antwoorden hierboven zijn verzonnen.
Veelgestelde vragen
- Welke sollicitatievragen krijg je het vaakst?
- Vragen over jezelf, over je motivatie voor deze baan en over hoe je werkt komen in bijna elk gesprek terug: vertel over jezelf, waarom wil je hier werken, wat zijn je sterke en zwakke punten en hoe ga je om met werkdruk. Daarnaast volgen vragen over een concrete situatie, zoals een conflict of een fout. De twintig vragen hierboven dekken die soorten.
- Hoe bouw je een antwoord op een situatievraag op?
- In vier delen: de situatie, jouw taak, wat je deed en wat eruit kwam. Dat heet de STAR-methode. Houd de situatie kort en besteed de meeste woorden aan wat jij deed en wat het opleverde.
- Moet je antwoorden uit je hoofd leren?
- Leer de voorbeelden uit je eigen werk, niet de zinnen. Kies voor jezelf vier of vijf gebeurtenissen die je kunt vertellen en bedenk bij welke vragen ze passen. Een uitgeschreven antwoord klinkt in een gesprek stijf.
- Wat kost deze oefening?
- Niets. Je hoeft geen account te maken en er wordt geen antwoord van je bewaard. Wil je weten wat jouw sterke kanten zijn om in een gesprek te noemen, dan kun je de gratis kwaliteitentest doen.
- Zijn de antwoorden hier voorbeelden om over te nemen?
- Nee. De namen, bedrijven en cijfers zijn verzonnen om te laten zien hoe een sterk antwoord is opgebouwd. Jouw antwoord werkt alleen als het over jouw werk gaat.