Procenten berekenen: korting, btw en stijging
Een procent is een honderdste. Bij 25% korting betaal je 75% van de prijs, dus prijs × 0,75. Twee kortingen na elkaar vermenigvuldig je: 25% en daarna 10% is × 0,75 × 0,90 = × 0,675, en dat is 32,5% korting in totaal en geen 35%.
Som 1
Kassabon. Winterjas €84,00. Korting 25%. Aan de kassa krijg je nog eens 10% extra korting op de prijs na de eerste korting.
Hoeveel betaal je voor de jas?
- A €54,60
- B €56,70
- C €63,00
- D €75,60
Bekijk het antwoord
B €56,70. Na 25% korting betaal je 75%: 84 × 0,75 = €63,00. Daarna 10% eraf: 63 × 0,90 = €56,70. €54,60 krijg je als je 25% en 10% optelt tot 35%. €63,00 is alleen de eerste korting, €75,60 alleen de tweede.
Som 2
Kassabon. Totaal €48,40, inclusief btw. In deze opgave is de btw 21%.
Hoeveel btw zit er in dit bedrag?
- A €10,16
- B €38,24
- C €4,84
- D €8,40
Bekijk het antwoord
D €8,40. €48,40 is 121% van de prijs zonder btw. Die prijs is 48,40 : 1,21 = €40,00, dus de btw is €8,40. €10,16 is 21% van het hele bedrag; dat is te veel, want de btw zat er al in. €38,24 is €48,40 min die €10,16. €4,84 is 10%.
Som 3
Internetabonnement. Nu €40,00 per maand. Vanaf januari 15% duurder.
Wat betaal je vanaf januari per maand?
- A €55,00
- B €46,00
- C €34,00
- D €6,00
Bekijk het antwoord
B €46,00. Na een stijging van 15% betaal je 115%: 40 × 1,15 = €46,00. €55,00 is 40 plus 15 euro in plaats van 15 procent. €34,00 is een daling van 15%, de verkeerde kant op. €6,00 is alleen de stijging.
Korting uitrekenen
Trek de korting af van 100% en vermenigvuldig de prijs met wat overblijft. 30% korting op €80 is €80 × 0,70 = €56. Komt er een tweede korting bij, dan gaat die van de prijs na de eerste korting af. Daarom tel je twee kortingen nooit bij elkaar op: dat geeft altijd iets te veel korting.
Btw erbij en btw eruit
In dit voorbeeld is de btw 21%. Een prijs zonder btw van €40,00 wordt met btw €40,00 × 1,21 = €48,40. Andersom deel je door 1,21: €48,40 : 1,21 = €40,00, dus er zat €8,40 btw in. 21% van €48,40 is €10,16, en dat is te veel, omdat de btw er al in zat.
Stijging en daling
Een stijging van 15% is × 1,15, een daling van 15% is × 0,85. Na een stijging en een even grote daling kom je altijd lager uit dan je begon, omdat de daling van een groter bedrag gaat. Wil je weten met hoeveel procent iets is gestegen, deel dan het verschil door het oude bedrag: van €40 naar €46 is €6 erbij, en €6 : €40 = 0,15, dus 15%.
Oefenen met de klok erbij
Procenten is het eerste van vijf onderdelen in de gratis test van Rekenen. Je rekent daar zonder rekenmachine, met een klok per som, en na elk antwoord lees je de uitwerking. Andere oefenpagina's: rekenen oefenen, breuken oefenen en een gemiddelde berekenen.
Veelgestelde vragen
- Hoe reken ik 15% van een bedrag uit?
- Vermenigvuldig met 0,15. Van €60 is dat €9. Uit je hoofd gaat het in twee stappen: 10% van €60 is €6, de helft daarvan is €3, samen €9.
- Waarom kom ik na 20% erbij en 20% eraf niet op de oude prijs uit?
- Omdat de tweede 20% van een hoger bedrag gaat. Een fiets van €500 wordt eerst €600, en 20% van €600 is €120, dus je eindigt op €480. Samen is dat × 1,20 × 0,80 = × 0,96: 4% onder de oude prijs.
- Wat is het verschil tussen procent en procentpunt?
- Gaat een rente van 2% naar 3%, dan stijgt hij met 1 procentpunt. In procenten is dat 50% hoger, want 1 is de helft van 2. Wie "1% gestegen" zegt, bedoelt meestal het procentpunt.