Naar de inhoud
skillido
Een keukentafel met een opengevouwen factuur zonder leesbare tekst, een eenvoudige rekenmachine, een potlood en een kop koffie

Btw uit een bedrag halen

In een prijs inclusief 21 procent btw is 21/121 deel btw, en bij 9 procent btw is dat 9/109 deel. Het bedrag zonder btw vind je door te delen door 1,21 of door 1,09; het verschil met de prijs is de btw. Van €121,00 is €21,00 btw. Neem je 21 procent van het hele bedrag, dan kom je op €25,41 en reken je €4,41 te veel.

Bijgewerkt op door De redactie van Skillido

Waarom 21 procent van het hele bedrag te veel is

Btw wordt berekend over de prijs zonder btw. Verkoopt een bedrijf iets voor €100,00 zonder btw, dan telt het daar bij 21 procent €21,00 bij op en betaalt de klant €121,00. Die 21 procent hoort bij de €100,00. Over de €121,00 is nooit iets berekend.

Wie later vanaf die €121,00 terug wil naar de btw en daar 21 procent van neemt, rekent met de verkeerde basis. 21 procent van €121,00 is €25,41, en dat is €4,41 meer dan de €21,00 die er werkelijk in zit. In die €4,41 zit de fout: je hebt ook 21 procent genomen van de btw zelf. Reken het na en je ziet dat €4,41 gelijk is aan 21 procent van €21,00.

Dat geldt bij elk bedrag. De fout die je maakt met 21 procent van het hele bedrag is altijd 21 procent van de btw die er echt in zit, en bij het lage tarief is de fout 9 procent van de echte btw. Bij een kop koffie merk je daar weinig van. Bij een factuur van duizend euro scheelt het al ruim zesendertig euro.

Welke tarieven er gelden en sinds wanneer

Volgens de Belastingdienst is 21 procent het algemene btw-tarief en 9 procent het verlaagde tarief, dat onder meer voor etenswaren en een aantal diensten geldt. Het lage tarief is 9 procent sinds 1 januari 2019; daarvoor was het 6 procent, schreef het CBS in 2020 in een bericht over de prijsstijging van eten en drinken. Er bestaat ook een tarief van 0 procent, maar dat laat dit artikel verder rusten.

Welk tarief er op een product of dienst zit, regelt de wet, en dat valt buiten dit artikel. Hier gaat het om de rekensom: je weet welk tarief er op een bedrag zit en je wilt weten hoeveel van dat bedrag btw is. Wat iemand bij de Belastingdienst aangeeft, vraag je aan de Belastingdienst zelf of aan een boekhouder.

Delen door 1,21 of door 1,09

De betrouwbaarste manier gaat in twee stappen. Eerst reken je het bedrag zonder btw uit, en dat trek je af van het bedrag met btw. Bij 21 procent deel je door 1,21, omdat het bedrag met btw 121 procent is van het bedrag zonder btw. Voor 9 procent deel je om dezelfde reden door 1,09.

Een voorbeeld met 21 procent. Je hebt €48,40 inclusief btw. Gedeeld door 1,21 is dat €40,00, en het verschil met €48,40 is €8,40. Dat is de btw. Controleren doe je door de andere kant op te rekenen, en €40,00 keer 1,21 geeft weer €48,40.

Hetzelfde bedrag met 9 procent geeft afgerond €44,40 zonder btw en €4,00 btw. Bij bedragen die minder mooi uitkomen, zoals €250,00, krijg je bij 21 procent €206,61 zonder btw en €43,39 btw. Ook daar klopt de controle, want €206,61 keer 1,21 is €249,9981, en dat rond je af op €250,00.

Met de breuk 21/121 of 9/109 gaat het in één keer

Wil je alleen de btw weten en heb je het bedrag zonder btw niet nodig, dan kan het in één stap. Je vermenigvuldigt het bedrag met 21/121 bij het algemene tarief of met 9/109 bij het lage. De Belastingdienst gebruikt in een eigen rekenvoorbeeld dezelfde breuk en komt bij €99,95 keer 21/121 uit op €17,35.

Waarom die breuk werkt, zie je aan €121,00. Van elke €121 is €21 btw, dus de btw is 21 van de 121 delen. Bij 9 procent is het 9 van de 109 delen. Op een rekenmachine tik je het bedrag in, deel je door 121 en vermenigvuldig je met 21. Bij €250,00 levert de deling ongeveer 2,066 op, en dat keer 21 geeft afgerond €43,39, hetzelfde als met delen door 1,21.

Voor een schatting uit het hoofd is het handig om te weten hoe groot die breuken zijn. 21/121 is ongeveer 0,1736, iets meer dan een zesde. 9/109 is ongeveer 0,0826, iets minder dan een twaalfde. Van €1.000,00 is een zesde €166,67, terwijl er €173,55 btw in zit. Met de schatting zit je er €6,88 onder, wat genoeg is om te zien of een bedrag op een bon in de buurt ligt. Voor de echte som pak je de rekenmachine.

Hoeveel btw er in een bedrag zit, bij 21 en bij 9 procent
Bedrag inclusief btwBtw bij 21%Zonder btw bij 21%Btw bij 9%21% van het hele bedragTe veel
€12,10€2,10€10,00€1,00€2,54€0,44
€48,40€8,40€40,00€4,00€10,16€1,76
€121,00€21,00€100,00€9,99€25,41€4,41
€250,00€43,39€206,61€20,64€52,50€9,11
€1.000,00€173,55€826,45€82,57€210,00€36,45

Berekend als bedrag keer 21/121 en keer 9/109, afgerond op hele centen. De laatste kolom is 21 procent van het hele bedrag min de echte btw bij 21 procent. Alle bedragen zijn rekenvoorbeelden.

Wat de tabel laat zien

Bij €12,10, €48,40 en €121,00 komt de btw bij 21 procent op een rond bedrag uit, omdat dat veelvouden van 1,21 zijn. Ze staan erin om het narekenen makkelijk te maken. Op een bon of factuur kom je zulke bedragen zelden tegen, en dan zie je getallen als €43,39 en €173,55.

De laatste kolom groeit mee met het bedrag. Bij €12,10 reken je 44 cent te veel, bij €1.000,00 is het €36,45. Dat is steeds ongeveer 3,6 procent van het bedrag met btw, en daarmee 21 procent van de echte btw. Wie een jaar aan bonnetjes optelt en dan 21 procent van het totaal neemt, zit er in dezelfde verhouding naast.

Bij het lage tarief is het verschil kleiner. Neem je 9 procent van €1.000,00, dan kom je op €90,00, terwijl er €82,57 btw in zit, dus €7,43 te veel. Ook dat is weer 9 procent van de echte btw. En kijk naar €121,00 bij 9 procent. De btw is daar €9,99 en geen tientje, omdat 9/109 van 121 op 9,9908 uitkomt. Dat komt door het afronden, en daarover gaat het stuk hieronder.

Btw erbij doen gaat met vermenigvuldigen

Andersom is het eenvoudiger. Heb je een bedrag zonder btw, dan vermenigvuldig je met 1,21 of met 1,09. €100,00 wordt €121,00 bij 21 procent en €109,00 bij 9 procent. Wil je alleen de btw, dan vermenigvuldig je met 0,21 of 0,09.

Hier zit de spiegelfout van de fout aan het begin. Wie van €1.000,00 inclusief btw 21 procent aftrekt om het bedrag zonder btw te vinden, komt op €790,00. Doe je daar weer 21 procent bij, dan krijg je €955,90, en dat is ver van de €1.000,00 waar je mee begon. Het bedrag zonder btw is €826,45, en dat geeft met 1,21 vermenigvuldigd afgerond weer €1.000,00.

Bij kortingen speelt hetzelfde, en het helpt om dat te zien omdat het om dezelfde vergissing gaat. €100,00 met 20 procent korting is €80,00. Doe je daar 20 procent bovenop, dan kom je op €96,00, omdat de tweede 20 procent over een kleiner bedrag gaat. Een percentage zegt pas iets als je weet van welk bedrag het is genomen.

Afronden gebeurt op hele centen

Een btw-bedrag komt bijna nooit op hele centen uit. €250,00 keer 21/121 is 43,3884 en nog een rij decimalen. Op de bon staat €43,39, omdat je vanaf een halve cent naar boven afrondt en daaronder naar beneden. Dat heet rekenkundig afronden.

Afronden heeft gevolgen voor de controle. Bij €121,00 met 9 procent is de btw 9,9908 en dat wordt €9,99. Het bedrag zonder btw is dan €111,01. Reken je dat terug met 1,09, dan krijg je 121,0009, en dat is afgerond weer €121,00. Klopt het terugrekenen op een cent na niet, dan is het afronden meestal de oorzaak.

Rond pas af aan het eind. Wie halverwege de som het tussenresultaat 2,066 afrondt naar 2,07, krijgt bij €250,00 keer 21 een btw van €43,47 in plaats van €43,39. Dat zijn acht cent op één bedrag, en bij grotere bedragen loopt het verder op.

Per regel of over het totaal afronden geeft soms een cent verschil

Op een bon of factuur met meerdere regels kan de btw op twee manieren worden uitgerekend. Per regel, waarbij elke regel apart wordt afgerond en de afgeronde bedragen worden opgeteld. Of over het totaal, waarbij je eerst alle regels optelt en daarna één keer de btw uitrekent en afrondt.

Vaak komt dat op hetzelfde uit. Neem een bon met drie artikelen van €2,99, €4,99 en €7,49, alle drie inclusief 21 procent btw. Per regel is de btw €0,52, €0,87 en €1,30, samen €2,69. Over het totaal van €15,47 is de btw €2,68. Het verschil van één cent ontstaat doordat de drie afrondingen toevallig alle drie naar boven gingen.

Welke methode een bedrijf gebruikt, hangt vaak af van de kassa of de boekhoudsoftware. Of een methode voor een bepaald bedrijf is toegestaan, is een vraag voor de Belastingdienst of een boekhouder. Voor het narekenen is het genoeg om te weten dat een verschil van een cent, of een paar centen bij een lange bon, uit het afronden kan komen.

Een factuur van een klusbedrijf nagerekend

In dit voorbeeld stuurt een zzp'er die badkamers opnieuw kit en kleine reparaties doet een factuur met vier regels. Alle bedragen staan er zonder btw op, en in dit voorbeeld valt alles onder 21 procent.

  • Arbeid, 6,5 uur tegen €48,00 per uur: €312,00, met €65,52 btw.
  • Materiaal: €143,75, met €30,19 btw (zonder afronden 30,1875).
  • Kit: €18,65, met €3,92 btw (zonder afronden 3,9165).
  • Voorrijkosten: €35,00, met €7,35 btw.

Het subtotaal zonder btw is €509,40. Rekent het bedrijf de btw over het totaal, dan is dat 21 procent van €509,40, oftewel 106,974, afgerond €106,97, en dan staat er onderaan €616,37. Gaat het per regel, dan tel je €65,52, €30,19, €3,92 en €7,35 op en kom je op €106,98, met een eindbedrag van €616,38. Beide facturen zijn goed uitgerekend.

Stel dat je alleen het eindbedrag van €616,37 ziet, bijvoorbeeld op een bankafschrift. Met 21/121 haal je de btw er weer uit en kom je op €106,97, met €509,40 zonder btw. Bij de versie van €616,38 levert dezelfde som €106,98 op, want 616,38 keer 21/121 is 106,975 en dat rond je naar boven af.

Neem je 21 procent van €616,37, dan kom je op €129,44. Dat is €22,47 meer dan de btw op de factuur, de fout uit de tabel, en bij een factuur van deze omvang groot genoeg om op te vallen.

Staan er op een factuur regels met 21 procent en regels met 9 procent, dan werkt de breuk op het eindbedrag niet meer, omdat er twee tarieven door elkaar in zitten. Je rekent dan per tarief. De regels met 21 procent tel je bij elkaar, de regels met 9 procent ook, en per groep reken je de btw uit. Op de meeste facturen staat de btw per tarief apart vermeld, zodat je de twee groepen kunt terugvinden.

Drie sommen om zelf na te rekenen

Wie het een paar keer zelf heeft gedaan, hoeft er daarna minder over na te denken. Hieronder staan drie bedragen inclusief btw met de uitkomst erbij.

  • €36,30 inclusief 21 procent btw: zonder btw €30,00, btw €6,30.
  • €54,50 inclusief 9 procent btw: zonder btw €50,00, btw €4,50.
  • €605,00 inclusief 21 procent btw: zonder btw €500,00, btw €105,00.

Bij alle drie controleer je door terug te rekenen. €30,00 keer 1,21 is €36,30, €50,00 keer 1,09 is €54,50 en €500,00 keer 1,21 is €605,00. Komt de controle uit, dan klopt je som bij het tarief dat je hebt gekozen.

Btw uit een bedrag halen is procentrekenen waarbij het percentage over een ander bedrag gaat dan het bedrag dat je voor je hebt. Die verschuiving kom je ook tegen bij kortingen, rente en een loonsverhoging, en de vraag van welk bedrag een percentage is genomen, lost de meeste van die sommen op.

Wil je zien hoe vlot je dit soort sommen maakt, dan kun je de gratis rekentest doen, zonder account. Wat de cursus verder behandelt, staat bij Rekenen.

Btw uit een bedrag halen bij 21 en 9 procent | Skillido