Breuken oefenen met echte bedragen
Een breuk is een deel van een geheel. 3/8 van €42 reken je uit door €42 te delen door 8 en dat keer 3 te nemen: €15,75. Breuken tel je pas op als de noemers gelijk zijn: 1/4 is 2/8, dus 3/8 + 1/4 = 5/8.
Som 1
Kassabon van een lunch: Totaal €42,00. Jij betaalt 3/8 van de rekening, Lisa betaalt 1/4. Sam betaalt de rest.
Hoeveel betaalt Sam?
- A €15,75
- B €21,00
- C €26,25
- D €28,00
Bekijk het antwoord
A €15,75. 1/4 is 2/8. Samen betalen jij en Lisa 3/8 + 2/8 = 5/8, dus Sam betaalt 3/8. 3/8 van €42 is 42 : 8 × 3 = €15,75. €21,00 is de helft. €26,25 is 5/8: je trok alleen jouw deel af. €28,00 krijg je als je 3/8 + 1/4 als 4/12 optelt.
Som 2
Kassabon kaaswinkel. Jonge kaas 1/2 kg. Oude kaas 1/4 kg.
Reken uit hoeveel kilo kaas je samen hebt gekocht.
- A 0,33 kg
- B 0,60 kg
- C 0,75 kg
- D 0,90 kg
Bekijk het antwoord
C 0,75 kg. 1/2 is 2/4, en 2/4 + 1/4 = 3/4 kg, dat is 0,75 kg. Bij 0,33 kg tel je tellers en noemers allebei op: 2/6 is een derde. 0,60 kg krijg je als je beide breuken leest als kommagetal met de noemer erachter, 0,2 + 0,4. Bij 0,90 kg las je alleen 1/4 als 0,4.
Som 3
Kassabon stoffenwinkel. Gordijnstof 2 1/2 meter. Voor het gordijn knip je er 1 3/4 meter af.
Hoeveel meter stof houd je over?
- A 0,37 meter
- B 0,75 meter
- C 1,16 meter
- D 1,25 meter
Bekijk het antwoord
B 0,75 meter. 2 1/2 is 2,5 en 1 3/4 is 1,75, dus je houdt 2,5 − 1,75 = 0,75 meter over. Bij 0,37 meter las je 2 1/2 als 2,12. Bij 1,16 meter las je 1 3/4 als 1,34. Wie de hele meters en de breuken los doet en de breuken verkeerd om aftrekt, komt op 1,25 meter: 2 − 1 = 1 en 3/4 − 1/2 = 1/4.
Een breuk van een bedrag
Deel het bedrag door de noemer en vermenigvuldig met de teller. Een derde van een bon van €27,60 is €27,60 : 3 = €9,20. Twee derde is twee keer zoveel, €18,40. Moet je de rest uitrekenen, trek dan de delen eerst van het geheel af: wie 3/8 betaalt van een rekening waar een ander 1/4 van betaalt, laat 3/8 over voor de derde persoon.
Breuken optellen en aftrekken
Zoek een noemer waar beide noemers in passen. 1/2 en 1/4 worden 2/4 en 1/4, samen 3/4. Bij gemengde getallen als 2 1/2 meter min 1 3/4 meter helpt het om alles in kwarten te zetten: 10/4 min 7/4 is 3/4, dus 0,75 meter.
Kommagetallen op de kassabon
Op een bon staan breuken meestal als kommagetal: 0,452 kg kaas, 38,6 liter benzine. Schat eerst. 38,6 liter tegen €1,95 is ongeveer 39 keer €2, dus iets minder dan €78. Precies is het €75,27. Komt er €7,53 uit, dan staat de komma een plek verkeerd.
Oefenen met de klok erbij
Breuken en kommagetallen is het tweede onderdeel van de gratis test van Rekenen. Ook handig: de pagina's over procenten berekenen en rekenen oefenen.
Veelgestelde vragen
- Hoe tel ik 1/3 en 1/2 bij elkaar op?
- Maak eerst de noemers gelijk. 1/3 is 2/6 en 1/2 is 3/6, dus samen 5/6. Tellers en noemers allebei optellen geeft 2/5, en dat is minder dan de helft: een teken dat het niet klopt.
- Hoe reken ik een breuk om naar een kommagetal?
- Deel de teller door de noemer. 3/8 is 3 : 8 = 0,375. Een kwart is 0,25, een derde ongeveer 0,33 en drie kwart 0,75.
- Is dit voor scholieren?
- De sommen zijn geschreven voor volwassenen: een rekening delen, stof afmeten, kaas per kilo. Een account en een aankoop zijn er vanaf 16 jaar; de gratis test kan iedereen zonder account doen.