
Prijs per kilo vergelijken
Welk pak echt goedkoper is, zie je aan de prijs per kilo. Deel de prijs door het gewicht in kilo en zet gram eerst om, dus 750 gram wordt 0,75 kilo en een zak van €1,19 kost dan €1,59 per kilo. Het grootste pak komt vaak het laagst uit, lang niet altijd, en het is alleen voordeliger als je alles opmaakt.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
In het schap liggen vijf zakken van dezelfde aardappelen, elk met een ander gewicht en een andere prijs. De zak van 5 kilo kost het meeste geld en de zak van 750 gram het minste. Welke zak voordeliger is, lees je aan die twee bedragen niet af. Daarvoor zet je alle prijzen op dezelfde hoeveelheid, en die hoeveelheid is meestal een kilo. Bij vloeistoffen is het een liter.
Alle bedragen in dit artikel zijn verzonnen rekenvoorbeelden. Echte prijzen verschillen per winkel en per week, de manier van rekenen blijft hetzelfde.
Zo reken je de prijs per kilo uit
Deel de prijs door het gewicht in kilo. Een zak van 2,5 kilo voor €3,48 kost 3,48 gedeeld door 2,5, en dat is €1,392. Afgerond op centen is dat €1,39 per kilo.
Staat het gewicht in gram op de verpakking, zet het dan eerst om. Er gaan duizend gram in een kilo, dus je deelt het aantal gram door 1.000. Zo is 750 gram 0,75 kilo, 400 gram 0,4 kilo en 1.250 gram 1,25 kilo. De zak van 750 gram voor €1,19 kost dan 1,19 gedeeld door 0,75, en dat is €1,5867, afgerond €1,59 per kilo.
Wie het omzetten overslaat en 1,19 deelt door 750, krijgt ongeveer 0,0016. Dat klopt ook, want het is de prijs per gram, alleen is zo'n getal te klein om twee pakken mee te vergelijken zonder je in de nullen te vergissen.
Voor vloeistoffen werkt het net zo, met liters en milliliters. Een fles van 1,5 liter voor €1,29 kost €0,86 per liter. Een pak met zes flesjes van 330 milliliter voor €2,79 bevat 6 keer 0,33 liter, samen 1,98 liter, en komt uit op €1,41 per liter. Je betaalt voor hetzelfde drinken in kleinere flesjes dus 55 cent per liter meer.
Sommige kaartjes rekenen per 100 gram. Dat is de prijs per kilo gedeeld door tien, dus de zak van 750 gram kost bijna 16 cent per 100 gram. Zet twee prijzen altijd op dezelfde eenheid voordat je ze naast elkaar legt.
De verhoudingstabel helpt als delen door 0,75 lastig is
Delen door een kommagetal gaat met de rekenmachine op je telefoon prima, en in je hoofd een stuk minder. Een verhoudingstabel hakt de som in kleine stappen. Je zet het gewicht en de prijs naast elkaar en doet in elke nieuwe regel met allebei hetzelfde, bijvoorbeeld allebei keer 4 of allebei gedeeld door 3. De verhouding tussen gewicht en prijs verandert daardoor niet, en zo werk je stap voor stap toe naar 1.000 gram.
| Gewicht | Prijs | Stap |
|---|---|---|
| 750 gram | €1,19 | wat op de zak staat |
| 250 gram | €0,3967 | beide gedeeld door 3 |
| 1.000 gram | €1,5867 | beide keer 4 |
Van 750 naar 250 gram is gedeeld door 3, en van 250 naar 1.000 gram is keer 4. Rond pas aan het eind af. Wie de tussenstap afrondt op 40 cent en dat keer 4 doet, komt op €1,60 uit in plaats van €1,59. Eén cent lijkt weinig. Bij twee pakken die dicht bij elkaar liggen is het genoeg om de verkeerde te kiezen.
Voor de zak van 2,5 kilo is de tabel nog korter. Keer 2 geeft 5 kilo voor €6,96, en gedeeld door 5 geeft 1 kilo voor €1,392. Welke tussenstap je neemt maakt niet uit, zolang je gewicht en prijs met hetzelfde getal vermenigvuldigt of erdoor deelt. Kies de stap die voor jou het makkelijkst gaat; halveren en verdubbelen gaan bij de meeste mensen sneller dan delen door drie.
Vijf zakken aardappelen naast elkaar
Hieronder staan de vijf zakken uit het begin, met per zak de prijs per kilo en de plek in de rangorde van goedkoop naar duur.
| Verpakking | Prijs | Prijs per kilo | Rang |
|---|---|---|---|
| Zak van 750 gram | €1,19 | €1,59 | 5 |
| Zak van 1,5 kilo | €1,99 | €1,33 | 3 |
| Zak van 2,5 kilo | €3,48 | €1,39 | 4 |
| Zak van 3 kilo | €3,79 | €1,26 | 2 |
| Zak van 5 kilo | €5,99 | €1,20 | 1 |
Berekend als prijs gedeeld door het gewicht in kilo, daarna afgerond op hele centen. Rang 1 is het goedkoopst per kilo. De rangorde is bepaald op de onafgeronde uitkomst; het afronden verandert hier niets aan de volgorde.
De zak van 5 kilo is per kilo het goedkoopst en de zak van 750 gram het duurst. Het verschil is 39 cent per kilo, en dat maakt de kleinste zak per kilo ruim 32 procent duurder dan de grootste. Opvallender is het midden van de tabel: de zak van 2,5 kilo staat op de vierde plek, achter de zak van 1,5 kilo, terwijl je er meer aardappelen voor krijgt.
Het grootste pak is niet altijd het goedkoopst per kilo
Vaak is groter per kilo goedkoper, en daardoor gaan veel mensen ervan uit dat het altijd zo werkt. Een regel die dat afdwingt bestaat niet. Elk formaat krijgt een eigen prijs, en een middelgroot pak kan net duurder geworden zijn, net uit een aanbieding komen of gewoon ongunstig geprijsd staan.
In de tabel kost de zak van 2,5 kilo €1,39 per kilo en de zak van 1,5 kilo €1,33. Dat scheelt 6 cent per kilo in het voordeel van de kleinere zak. Er zit nog een tweede vergelijking in die je zonder te delen ziet. Twee zakken van 1,5 kilo geven samen 3 kilo voor €3,98, en de zak van 3 kilo kost €3,79. Daar wint de grotere verpakking juist weer, met 19 cent.
De volgorde is dus niet te raden aan de grootte van het pak. Je rekent het per pak uit, of je leest het getal op het schapkaartje, en dat getal komt verderop aan bod.
Zo reken je een aanbieding om naar een prijs per kilo
Bij een aanbieding koop je meer dan één pak, en dan reken je met alles samen. Neem het bedrag dat je bij de kassa betaalt en deel het door het totale gewicht dat je meeneemt.
Stel dat de zakken van 1,5 kilo in de aanbieding zijn met 3 voor de prijs van 2. Je betaalt twee keer €1,99, dat is €3,98, en je neemt 3 keer 1,5 kilo mee, samen 4,5 kilo. De prijs per kilo is 3,98 gedeeld door 4,5, afgerond €0,88. Dat is lager dan elke zak in de tabel.
Bij 2e halve prijs op de zakken van 2,5 kilo betaal je €3,48 voor de eerste zak en de helft daarvan, €1,74, voor de tweede. Samen is dat €5,22 voor 5 kilo, en dat komt uit op €1,04 per kilo. Ook dat is minder dan de gewone zak van 5 kilo, die op €1,20 per kilo staat, terwijl je hetzelfde gewicht meeneemt.
Als korting uitgedrukt is 3 voor de prijs van 2 een derde van de prijs eraf, afgerond 33,3 procent per pak. 2e halve prijs is een halve prijs verdeeld over twee pakken, en dat is 25 procent per pak. Die percentages gelden alleen als je het volle aantal koopt. Neem je bij 2e halve prijs één zak mee, dan betaal je gewoon €3,48 voor 2,5 kilo en blijft het €1,39 per kilo.
Zet de prijs per kilo van een aanbieding daarom naast die van de andere pakken in het schap. Wat hetzelfde pak vorige week kostte, zegt weinig over welke keuze vandaag het voordeligst is.
Wat de eenheidsprijs op het schapkaartje je vertelt
Op de meeste schapkaartjes staat naast of onder de prijs een kleiner bedrag per kilo of per liter. Dat heet de eenheidsprijs. Voor de meeste voorverpakte producten die per gewicht of inhoud verkocht worden, moet een winkel in Nederland die vermelden; dat staat in het Besluit prijsaanduiding producten. Het scheelt je het rekenwerk, als je let op een paar dingen.
- De eenheid verschilt per kaartje. Het ene rekent per kilo, het andere per 100 gram of per stuk, en wasmiddel staat vaak per wasbeurt. Twee getallen in verschillende eenheden kun je niet naast elkaar leggen.
- Bij een aanbieding voor meerdere stuks rekent het kaartje soms met de prijs van één pak. Reken de aanbieding dan zelf om, zoals hierboven.
- Op een pot of blik met vocht staan vaak twee gewichten, het nettogewicht en het uitlekgewicht. Gooi je het vocht weg, reken dan met het uitlekgewicht.
- Losse groente en fruit hebben meestal alleen een prijs per kilo, een zak alleen een prijs per zak. Reken de zak eerst om voordat je hem naast de losse prijs legt.
Wanneer goedkoper per kilo toch duurder uitvalt
De prijs per kilo gaat ervan uit dat je alles opmaakt. Bij rijst of pasta die maanden goed blijft, lukt dat meestal. Bij aardappelen, brood, fruit of zuivel lang niet altijd. Aardappelen gaan uitlopen of worden groen, en wat je weggooit, heb je wel betaald.
Reken het uit met de zak van 5 kilo voor €5,99. Gooi je daar 1,5 kilo van weg, dan heb je €5,99 betaald voor 3,5 kilo die je gegeten hebt. Dat is €1,71 per kilo, meer dan de zak van 750 gram met zijn €1,59, die in de tabel nog onderaan stond.
Je kunt ook terugrekenen hoeveel je van de grote zak moet opmaken om goedkoper uit te zijn dan met zakken van 1,5 kilo. Deel daarvoor €5,99 door de onafgeronde prijs per kilo van de kleinere zak, €1,3267, en je komt op ongeveer 4,52 kilo. Gaat er meer dan zo'n 485 gram verloren, dan was de kleinere zak voordeliger geweest, tenminste als je daarvan niets weggooit.
Bij een aanbieding werkt het net zo, en het verschil wordt groter omdat je meer in één keer meeneemt. Bij 3 voor de prijs van 2 heb je 4,5 kilo voor €3,98. Gaat daar 2 kilo van verloren, dan kost wat je eet €1,59 per kilo, evenveel als de duurste zak in de tabel.
Twee kosten staan op geen enkel kaartje. Een groot pak vraagt meer geld in één keer, en aan het eind van de maand kan dat net het verschil zijn tussen wel en niet uitkomen. En het moet ergens kunnen liggen. Een zak van 5 kilo past niet in elke keukenkast, en aardappelen willen koel en donker liggen.
Een vaste volgorde voor in de winkel
In het gangpad sla je makkelijk een stap over, zeker met een kar vol boodschappen. Deze volgorde houdt alles bij elkaar.
- Zoek de eenheidsprijs op het kaartje en kijk of alle kaartjes dezelfde eenheid gebruiken.
- Ontbreekt de eenheidsprijs, of gaat het om een aanbieding voor meerdere stuks, reken dan zelf: het totaalbedrag gedeeld door het totale gewicht in kilo.
- Zet gram en milliliter eerst om, of gebruik een verhoudingstabel naar 1.000 gram.
- Rond pas aan het eind af op centen.
- Schat hoeveel je ervan opmaakt voordat het bederft, en reken bij twijfel met dat gewicht in plaats van met wat er op de zak staat.
Met die laatste stap ben je terug bij de vraag uit het begin. Het goedkoopste pak is dan het pak met de laagste prijs per kilo over wat je werkelijk opeet.
Wil je zien hoe sommen als deze je afgaan, dan kun je de gratis rekentest doen. In de cursus Rekenen oefen je onder meer prijs per kilo, korting en btw, met bij elk antwoord de uitwerking.