
Procent of procentpunt: het verschil in één voorbeeld
Van 20% naar 25% is een stijging van 5 procentpunt: het verschil tussen de twee percentages. Ten opzichte van de 20% waar je begon, is het een stijging van 25%, want 5 is een kwart van 20. Wie schrijft dat het 5 procent is gestegen, gebruikt het verkeerde woord: 5 procent van 20% is maar 1 procentpunt.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
In de verzonnen gemeente Oldervaart had vorig jaar 20% van de huishoudens zonnepanelen. Dit jaar is dat 25%. De gemeente kan die verandering op drie manieren opschrijven, en ze klinken als drie verschillende berichten. Het aandeel steeg met 5 procentpunt. Er zijn 25% meer huishoudens met zonnepanelen. En als de gemeente 12.000 huishoudens telt: er kwamen 600 huishoudens met zonnepanelen bij.
Alle drie kloppen. Wat niet klopt, is de zin die je het vaakst leest: het aandeel is met 5 procent gestegen.
Twee manieren om een verschil te meten
Het verschil in procentpunt is aftrekken. 25 min 20 is 5, dus 5 procentpunt. Dat getal zegt hoeveel van de hele groep er is bijgekomen: vijf van elke honderd huishoudens.
Het verschil in procenten is delen. Je deelt de stijging door waar je begon: 5 gedeeld door 20 is 0,25, dus 25% meer. Dat getal zegt hoe hard de groep met zonnepanelen zelf gegroeid is. Met de aantallen erbij zie je hetzelfde: van 2.400 naar 3.000 huishoudens is 600 erbij, en 600 is een kwart van 2.400.
"Met 5 procent" mengt de twee. Het neemt het getal van de aftreksom en zet er het woord van de deelsom achter. Letterlijk gelezen zou 5 procent meer van 20% uitkomen op 21%, want 5 procent van 20 is 1. Dat is een veel kleinere stijging dan er echt was.
Dezelfde 5 procentpunt is niet overal even groot
Hoe ver het percentage en het aantal procentpunt uit elkaar lopen, hangt af van waar je begint. Bij een klein percentage is een paar procentpunt erbij relatief een enorme stijging. Bij een groot percentage is het bijna niets.
| Van | Naar | Verschil | Relatief |
|---|---|---|---|
| 2% | 7% | 5 procentpunt | 250% meer |
| 10% | 15% | 5 procentpunt | 50% meer |
| 20% | 25% | 5 procentpunt | 25% meer |
| 50% | 55% | 5 procentpunt | 10% meer |
| 80% | 85% | 5 procentpunt | 6,25% meer |
Uitgerekend door de redactie: het verschil gedeeld door de beginwaarde. Geen meting.
Daarom kiest wie een bericht schrijft niet altijd toevallig voor het ene of het andere getal. Gaat het aandeel elektrische auto's in een wijk van 3% naar 6%, dan klinkt "een verdubbeling" of "100% meer" als groot nieuws. "3 procentpunt erbij" klinkt bescheiden. Toch gaat het om dezelfde auto's.
Terug is niet hetzelfde als heen
Daalt het aandeel in Oldervaart volgend jaar weer van 25% naar 20%, dan is dat weer 5 procentpunt. Relatief is het een daling van 20%, want nu reken je vanaf 25: 5 gedeeld door 25 is 0,20. Een stijging van 25% en een daling van 20% brengen je dus terug op hetzelfde punt. Wie dat niet ziet, telt 25 min 20 en denkt dat er netto 5% bij is gekomen.
Zo lees je een bericht met percentages
- Zoek de twee percentages op. Staan ze er niet allebei in, dan weet je nog niet hoe groot de verandering is.
- Trek ze van elkaar af. Dat is het verschil in procentpunt, en het zegt hoeveel van de hele groep erbij kwam of eraf ging.
- Deel dat verschil door het percentage waar je begon. Dat is de relatieve verandering. Komt het bericht op een ander getal uit, kijk dan welke van de twee het bedoelt.
- Kijk hoe groot de groep is. Gaat het aandeel van 20% naar 25%, dan zijn dat in een dorp van 400 adressen 20 huishoudens erbij, en in een stad van 100.000 adressen 5.000.
Waar je het tegenkomt
Overal waar een percentage zelf verandert: een rente die van 2% naar 3% gaat, een slagingspercentage, het deel van de klanten dat een product terugstuurt, het aandeel leerlingen dat op de fiets naar school komt. Bij een rente is het verschil tussen 1 procentpunt en 50% hoger hetzelfde verhaal als bij de zonnepanelen. Bij een korting of een prijsverhoging speelt het niet, want daar verandert een bedrag en geen percentage.
Oefenen met procent en procentpunt
Skillido heeft een gratis test met korte opgaven over percentages, gemiddelden, grafieken, kansen en verbanden. In de training Cijfers en grafieken doorzien gaat één van de vijf onderdelen over procent tegenover procentpunt en over groot klinkende percentages bij kleine aantallen, met uitleg na elk antwoord. Alle cijfers daarin zijn verzonnen, net als hier. Hoe een grafiek een klein verschil groot laat lijken, lees je op Misleidende grafieken herkennen.