
Kosten bij beleggen: het verschil na twintig jaar
Eén procent kosten per jaar scheelt na twintig jaar veel meer dan twintig procent van je inleg, omdat kosten net als rente op rente doorwerken. Stel dat €10.000 twintig jaar lang 5% per jaar oplevert vóór kosten. Met 0,5% kosten per jaar is het dan €24.117,14 waard, met 1,5% kosten €19.897,89. Dat verschil van €4.219,25 is meer dan 40% van de inleg.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
Anderhalf procent klinkt als weinig. Op €10.000 is het €150 in het eerste jaar, ongeveer de prijs van een etentje voor twee. Wie zo naar kosten kijkt, ziet ze als een vast bedrag per jaar, en twintig keer €150 is €3.000. Dat is een flink bedrag, en toch is het minder dan de helft van wat het in deze som werkelijk kost.
Dit artikel rekent één verzonnen voorbeeld door, met zes kostenniveaus naast elkaar. Het rendement erin is fictief: we gaan uit van 5% per jaar vóór kosten om te kunnen rekenen, en dat is geen verwachting. Beleggingen gaan op en neer. Wijzer in geldzaken schrijft op haar Checklist beleggen: 'De waarde van je beleggingen is elke dag anders.' De kosten zijn het deel van de som dat je vooraf wel kunt weten.
Kosten werken als rente op rente, maar dan tegen je
Rente op rente betekent dat wat erbij komt, het jaar daarna zelf ook meegroeit. Kosten draaien dat om. Wat je in jaar één aan kosten kwijt bent, groeit in jaar twee niet meer mee, en in jaar drie ook niet, tot het eind. Daardoor kost een percentage per jaar over twintig jaar veel meer dan twintig keer het bedrag van het eerste jaar.
In de som hieronder trekken we de kosten af van het rendement. Bij 5% rendement vóór kosten en 1,5% kosten groeit het geld dus met 3,5% per jaar. In werkelijkheid worden kosten op verschillende momenten en manieren berekend; deze vereenvoudiging laat het effect zien zonder dat de uitkomst veel verschuift.
| Kosten per jaar | Na 5 jaar | Na 10 jaar | Na 20 jaar | Kwijt na 20 jaar |
|---|---|---|---|---|
| 0% | €12.762,82 | €16.288,95 | €26.532,98 | €0,00 |
| 0,2% | €12.641,73 | €15.981,33 | €25.540,28 | €992,70 |
| 0,5% | €12.461,82 | €15.529,69 | €24.117,14 | €2.415,84 |
| 1% | €12.166,53 | €14.802,44 | €21.911,23 | €4.621,75 |
| 1,5% | €11.876,86 | €14.105,99 | €19.897,89 | €6.635,09 |
| 2% | €11.592,74 | €13.439,16 | €18.061,11 | €8.471,87 |
Door de redactie uitgerekend als €10.000 × (1 + rendement min kosten)jaren, afgerond op centen. Het rendement van het voorbeeld is verzonnen en zegt niets over wat een belegging oplevert. Kwijt na 20 jaar is het verschil met de rij zonder kosten.
Wat één procentpunt scheelt
Vergelijk de rij met 0,5% en die met 1,5%. Na vijf jaar is het verschil €584,96, na tien jaar €1.423,70 en na twintig jaar €4.219,25. Het verschil groeit dus harder dan de tijd: twee keer zo lang beleggen geeft hier bijna drie keer zoveel verschil. Bij een looptijd van een paar jaar valt een procent kosten nog mee; over twintig jaar is het in dit voorbeeld ruim 40% van wat je inlegde.
Een tweede manier om ernaar te kijken is als deel van de groei. Zonder kosten groeit €10.000 in dit voorbeeld met €16.532,98. Bij 1% kosten gaat €4.621,75 daarvan naar kosten, ongeveer 28%. Bij 1,5% is het €6.635,09, ongeveer 40%. Anderhalf procent is 30% van de fictieve 5% per jaar, en na twintig jaar is het dus een nog groter deel van de winst.
Eenmalige kosten tegen kosten per jaar
Niet alle kosten werken zo hard door. Wijzer in geldzaken schrijft: 'Je betaalt voor het verkopen en aankopen van beleggingsproducten. Daarnaast betaal je misschien ook voor het beheer.' Kosten bij aankoop betaal je één keer. Stel dat je bij de start 1% betaalt, dus €100, en daarna niets meer. De overige €9.900 groeit in twintig jaar tegen 5% naar €26.267,65, en je bent €265,33 kwijt vergeleken met geen kosten. Een procent per jaar kost in hetzelfde voorbeeld €4.621,75.
Wie vaak koopt en verkoopt, betaalt de kosten bij aankoop en verkoop telkens opnieuw. Daarover schrijft de checklist: 'Wissel niet te vaak, dan ben je veel geld kwijt aan transactiekosten.'
Wat de som niet zegt
Een tabel met nette getallen kan de indruk wekken dat je zo voorspelt wat beleggen oplevert. Dat is niet zo. De 5% per jaar is een rekenaanname; in werkelijkheid kan een jaar flink minder of meer zijn, en kan de waarde dalen. De checklist zegt erover: 'De koersen kunnen flink schommelen.' Wat de som wel laat zien, is dat kosten elk jaar terugkomen, ook in een jaar met verlies.
Kosten zijn ook niet het enige waar Wijzer in geldzaken op wijst. De checklist begint bij geld dat je kunt missen, met 'Zorg eerst voor een buffer voor onverwachte uitgaven.' en 'Kijk dan welk bedrag je de komende 5 tot 10 jaar, of langer, niet nodig hebt.' Over risico schrijft de checklist dat je met een goede spreiding over verschillende beleggingscategorieën de risico's verkleint. Of beleggen bij jouw situatie past, is een vraag die dit artikel niet beantwoordt.
Zo reken je het zelf uit
- Neem het rendement dat je wilt doorrekenen als aanname, bijvoorbeeld 5%.
- Trek de kosten per jaar ervan af. Bij 1,5% kosten houd je 3,5% over.
- Reken het eindbedrag uit met bedrag × (1 + percentage)jaren. €10.000 × 1,03520 = €19.897,89.
- Doe hetzelfde zonder kosten of met lagere kosten, en kijk naar het verschil.
Op Rente op rente berekenen staat een rekenhulp die deze som maakt. Vul daar het percentage na kosten in.
Oefenen met kosten en rente op rente
Skillido heeft een gratis test over geldzaken met rekenopgaven over rente, inflatie, lenen, budget en beleggen. In de training Geldzaken gaat een heel onderdeel over risico, spreiding, kosten en tijd, zonder producten en met de berekening bij elk antwoord.
Bron
De citaten zijn letterlijk overgenomen van de pagina zoals die op 4 oktober 2026 online stond. Wijzer in geldzaken is een initiatief van het ministerie van Financiën; Skillido is er niet aan verbonden. Klopt er iets niet, mail dan naar hallo@skillido.com.