Naar de inhoud
skillido

Budgetteren: vaste lasten en wat er overblijft

Budgetteren is je inkomsten en uitgaven per maand naast elkaar zetten. Je trekt de vaste lasten, zoals huur, energie en verzekeringen, van je netto inkomen af, en daarna het gemiddelde van je dagelijkse uitgaven. Wat dan overblijft, is je ruimte per maand. Bij €2.300 inkomen, €1.250 vaste lasten en €700 dagelijkse uitgaven is dat €350.

Oefenronde: vijf sommen

  1. Som 1

    Je maakt een budgetblad en zet de vaste lasten in een eigen rij, los van de dagelijkse uitgaven.

    Kies de post die bij de vaste lasten hoort.

    • A De boodschappen die je elke week voor het huishouden doet
    • B De kleding die je koopt als er iets versleten is
    • C De premie van je zorgverzekering, elke maand hetzelfde
    • D De cadeaus voor verjaardagen in de familie
    Bekijk het antwoord

    C De premie van je zorgverzekering, elke maand hetzelfde. De zorgverzekering is een vaste last: een vast bedrag dat elke maand terugkomt, net als huur, energie en abonnementen. Boodschappen doe je ook elke week, maar het bedrag wisselt, dus dat zijn dagelijkse uitgaven. Kleding en cadeaus koop je wanneer het nodig is, en ook die horen bij de dagelijkse uitgaven.

    Bron: Wijzer in geldzaken, 5 stappen om je inkomsten en uitgaven op een rij te zetten (2026)

  2. Som 2

    Je boodschappen wisselen per maand. De afgelopen drie maanden waren het €412, €468 en €389.

    Kies het gemiddelde per maand voor je budgetblad.

    • A €412,00
    • B €423,00
    • C €468,00
    • D €1.269,00
    Bekijk het antwoord

    B €423,00. €412 + €468 + €389 = €1.269, en gedeeld door 3 maanden is dat €423,00. €1.269,00 is het totaal van drie maanden. €412,00 is één losse maand en €468,00 de duurste. Een post die wisselt, neem je op als gemiddelde over een paar maanden, zodat één dure of goedkope maand het beeld niet bepaalt.

  3. Som 3

    Je betaalt elke maand €130 voorschot voor energie. Op de jaarafrekening staat dat je verbruik dit jaar €1.788 kostte.

    Kies wat er bij de jaarafrekening gebeurt.

    • A Je krijgt €228 terug
    • B Je betaalt €19 bij
    • C Je betaalt €149 bij
    • D Je betaalt €228 bij
    Bekijk het antwoord

    D Je betaalt €228 bij. Je betaalde 12 × €130 = €1.560 en het verbruik kostte €1.788, dus je betaalt €228 bij. Terugkrijgen hoort bij een voorschot dat hoger was dan het verbruik. €19 is het tekort per maand en €149 is het voorschot per maand dat dit verbruik precies dekt.

  4. Som 4

    Stel dat je elke maand rond de 25e geen geld meer op je betaalrekening hebt. Je weet niet goed waar het blijft.

    Wat is de eerste stap?

    • A Een kleine lening afsluiten om de laatste dagen van elke maand te overbruggen tot je salaris.
    • B Drie maanden bankafschriften naast elkaar leggen en elke uitgave indelen in vaste lasten en de rest.
    • C Voortaan minder en goedkopere boodschappen doen, want daar gaat bij de meeste mensen het meeste geld heen.
    • D Je spaarrekening opheffen en het geld overboeken, zodat er elke maand meer op je betaalrekening staat.
    Bekijk het antwoord

    B Drie maanden bankafschriften naast elkaar leggen en elke uitgave indelen in vaste lasten en de rest.. Je weet niet waar het geld blijft, dus eerst moet je dat zien; B geeft dat overzicht. C gokt waar het heen gaat. A en D verschuiven het tekort zonder te weten waar het vandaan komt; een lening kost bovendien rente.

  5. Som 5

    Op 1 januari wordt je jaarpremie van €450 afgeschreven. Je begint pas in juni met opzij zetten en zet tot en met december elke maand hetzelfde bedrag apart.

    Kies het bedrag per maand.

    • A €37,50
    • B €56,25
    • C €64,29
    • D €75,00
    Bekijk het antwoord

    C €64,29. Juni tot en met december zijn 7 maanden, dus €450 / 7 = €64,29. €37,50 deelt door 12, maar die twaalf maanden heb je niet meer. €75,00 deelt door 6 en laat juni weg. €56,25 deelt door 8 en telt januari mee, terwijl de premie dan op de eerste al afgaat.

Eerst alles per maand

Een budget klopt pas als alle bedragen over dezelfde periode gaan. Wijzer in geldzaken schrijft het zo: 'Sommige inkomsten krijg je niet per maand, maar per 4 weken of per kwartaal.' Voor uitgaven geldt hetzelfde. Zo reken je om:

  • per jaar: delen door 12, dus €276 per jaar is €23 per maand;
  • per kwartaal: delen door 3, dus €87 per kwartaal is €29 per maand;
  • per vier weken: keer 13, gedeeld door 12, dus €1.100 wordt €1.191,67;
  • per week: keer 52, gedeeld door 12, dus €60 per week is €260 per maand.

Wie vier weken gelijkstelt aan een maand, telt een jaar van twaalf periodes en mist er één. Bij een loon per vier weken is dat in een jaar een heel loon dat niet in het budget staat.

Vaste lasten en de rest

Zet de vaste lasten in een eigen rij. Volgens Wijzer in geldzaken zijn dat 'bijvoorbeeld je woonlasten, energie, zorgverzekering en abonnementen'. Daaronder komen de dagelijkse uitgaven, die per maand wisselen: boodschappen, kleding, vervoer en cadeaus. Neem daarvoor het gemiddelde van drie maanden, zodat een dure of een zuinige maand het beeld niet bepaalt.

Jaarposten die in één keer afgaan

Gemeentelijke belastingen, een jaarpremie of een jaarafrekening van energie komen niet elke maand. Wijzer in geldzaken waarschuwt: 'Zelfs als je genoeg inkomsten hebt, kan het hierdoor gebeuren dat je te weinig geld op je rekening hebt staan om alles te betalen.' Reken zo'n post om naar een bedrag per maand en zet dat elke maand opzij. Een verzekering van €300 per jaar is dan €25 per maand, twaalf keer, vanaf de maand na de afschrijving.

Eerst zien, dan kiezen

Weet je niet waar je geld blijft, dan helpt bezuinigen op een gok weinig. Leg eerst drie maanden afschriften naast elkaar en deel elke uitgave in. Daarna zie je welke groep groter is dan je dacht, en wat er per maand overblijft. Welke keuze je daarna maakt, is aan jou, en wij noemen daarbij geen producten.

Verder oefenen

In de gratis test krijg je drie opgaven per onderdeel, ook over budget. Wat stijgende prijzen met je budget doen, lees je op Inflatie uitgelegd: wat het met je koopkracht doet. De training van dertig dagen staat op Geldzaken: rente, inflatie, lenen en budget.

Bron

Wijzer in geldzaken, 5 stappen om je inkomsten en uitgaven op een rij te zetten, gelezen op 4 oktober 2026. Wijzer in geldzaken is een initiatief van het ministerie van Financiën. Skillido is er niet aan verbonden.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen vaste lasten en dagelijkse uitgaven?
Vaste lasten komen elke periode terug en liggen vast, zoals huur, energie, je zorgverzekering en abonnementen. Dagelijkse uitgaven wisselen per maand, zoals boodschappen, kleding en vervoer. Voor die tweede groep neem je het gemiddelde van een paar maanden.
Hoe reken ik loon per vier weken om naar een maand?
Een jaar heeft 13 periodes van vier weken en 12 maanden. Vermenigvuldig het bedrag per vier weken met 13 en deel door 12. €1.100 per vier weken is dan €14.300 per jaar en €1.191,67 per maand.
Moet ik elke euro bijhouden?
Voor een eerste overzicht is dat niet nodig. Leg drie maanden afschriften naast elkaar, deel elke uitgave in en neem per groep het gemiddelde. Pas als je wilt weten waar een bepaalde groep heen gaat, ga je verder in detail.
Budgetteren: vaste lasten en wat er overblijft | Skillido