Naar de inhoud
skillido

Excel-formules oefenen: 5 vragen om te beginnen

Excel-formules oefen je door te voorspellen wat een formule doet voordat je op Enter drukt: welke cellen hij leest, wat er verandert als je hem kopieert en wat er daarna in de cel staat. Hieronder staan vijf vragen om mee te beginnen, één uit elk onderdeel van de gratis test, met het blad, het antwoord en de uitleg.

Vijf vragen om te beginnen

  1. Vraag 1

    In C2 staat =A2+B2. Je kopieert C2 naar C3, C4 en C5.

    C2=A2+B2
    ABC
    1BeginErbijStand
    2385=A2+B2
    3528
    4613
    54712
    Blad1

    Wat toont C5?

    • A 43
    • B 52
    • C 59
    • D 50
    Bekijk het antwoord

    C 59. In C5 staat na kopiëren =A5+B5, dus 47 + 12 = 59. Beide verwijzingen schuiven drie rijen mee. 43 is de uitkomst van C2 zelf, alsof er niets verschoof. 52 en 50 krijg je als maar één van de twee verwijzingen meeschuift.

  2. Vraag 2

    A1 "Klant", B1 "Omzet", C1 "Label". A2 Bakkerij Vos, B2 100. In C2 staat =ALS(B2>100;"hoog";"laag").

    C2=ALS(B2>100;"hoog";"laag")
    ABC
    1KlantOmzetLabel
    2Bakkerij Vos100=ALS(B2>100;"hoog";"laag")
    3
    Blad1

    Wat toont C2?

    • A hoog
    • B 100
    • C ONWAAR
    • D laag
    Bekijk het antwoord

    D laag. 100 is niet groter dan 100, dus de voorwaarde is onwaar en ALS (IF) geeft de derde waarde: "laag". Wil je 100 meetellen als hoog, dan schrijf je B2>=100.

  3. Vraag 3

    Je wilt in E2 het saldo van de klant in D2.

    E2
    ABCDE
    1KlantPlaatsSaldoZoek
    2Van DijkVlietdam120Ouali
    3JansenLindewaard45
    4OualiWolderveen310
    5KramerVlietdam75
    Blad1

    Welke formule geeft in E2 het saldo?

    • A =X.ZOEKEN(D2;C2:C5;A2:A5)
    • B =X.ZOEKEN(D2;A2:C5;3)
    • C =X.ZOEKEN(D2;A2:A5;C2:C5)
    • D =X.ZOEKEN(D2;A2:A5;B2:B5)
    Bekijk het antwoord

    C =X.ZOEKEN(D2;A2:A5;C2:C5). X.ZOEKEN (XLOOKUP) wil eerst het bereik waarin hij zoekt, A2:A5 met de namen, en dan het bereik met de uitkomst, C2:C5: dat geeft 310. Zijn de bereiken omgedraaid, dan zoekt hij Ouali tussen de bedragen en volgt #N/B. Een kolomnummer zoals bij VERT.ZOEKEN kent X.ZOEKEN niet, en B2:B5 geeft de plaats.

  4. Vraag 4

    De draaitabel toont Aantal van Bedrag: Lindewaard 4, Vlietdam 3, Eindtotaal 7.

    AB
    1RegioBedrag
    2Lindewaard150
    3Vlietdam220
    4Lindewaard150
    5Lindewaard310
    6Vlietdam95
    7Lindewaard180
    8Vlietdam260
    Blad1
    Filters
    Kolommen
    Rijen
    Regio
    Waarden
    Aantal van Bedrag

    Wat telt de 4 bij Lindewaard?

    • A De verschillende bedragen van Lindewaard
    • B De regels in de lijst waarin Lindewaard staat
    • C De verkopers die in Lindewaard werken
    • D De klanten die in Lindewaard iets kochten
    Bekijk het antwoord

    B De regels in de lijst waarin Lindewaard staat. Aantal van Bedrag telt hoeveel regels een bedrag hebben, en Lindewaard staat in vier regels. Het bedrag 150 telt daarbij twee keer mee; verschillende bedragen telt Aantal dus niet. Verkopers en klanten staan niet in deze lijst. Met Som van Bedrag zou je bij Lindewaard 790 zien.

  5. Vraag 5

    B6 moet de kosten van vier maanden optellen. Er staat =SOMM(B2:B5).

    B6=SOMM(B2:B5)
    AB
    1MaandKosten
    2januari310
    3februari295
    4maart340
    5april295
    6Totaal=SOMM(B2:B5)
    Blad1

    Kies wat B6 toont.

    • A #WAARDE!
    • B #NAAM?
    • C 1.240
    • D #VERW!
    Bekijk het antwoord

    B #NAAM?. #NAAM? (#NAME?) betekent dat de spreadsheet een naam in de formule niet kent, en SOMM heeft een m te veel. Met SOM (SUM), als =SOM(B2:B5), krijg je 1.240. #WAARDE! (#VALUE!) krijg je bij rekenen met tekst, #VERW! (#REF!) bij een verwijzing naar een cel die weg is.

Wat de vijf vragen oefenen

Elke vraag komt uit een ander onderdeel. De eerste gaat over een formule die je omlaag kopieert, de tweede over een ALS-formule met een waarde die op de grens ligt, de derde over opzoeken met X.ZOEKEN, de vierde over wat een draaitabel telt en de vijfde over een foutmelding door een tikfout. Bij elke vraag staat het blad met de formules zelf in de cellen, zodat je kunt nagaan wat er uitkomt voordat je het antwoord opent.

Vijf plekken waar een formule iets anders geeft dan je verwacht

  1. Kopiëren. Een gewone celverwijzing is relatief en schuift mee als je de formule kopieert. Op de helppagina van Microsoft over verwijzingen wordt =B4*C4 in D4 na kopiëren naar D5 de formule =B5*C5. Met dollartekens, als in $B$4, blijft de verwijzing staan.
  2. De grens. Staat er in B2 precies 100, dan is B2>100 onwaar en B2>=100 waar. Een ALS-formule met de verkeerde van de twee geeft geen foutmelding, alleen een ander label in de cel.
  3. Opzoeken. VERT.ZOEKEN zoekt alleen in de eerste kolom van het bereik dat je opgeeft, en zonder ONWAAR als laatste argument zoekt hij bij benadering. Beide staan op de helppagina over VERT.ZOEKEN.
  4. Tellen of optellen. Een draaitabel zet een getallenveld in Waarden standaard op Som. Ziet hij de getallen als tekst, dan wordt het Aantal, en dan staat er hoeveel regels er zijn in plaats van het totaal. Zo staat het op de helppagina over draaitabellen.
  5. Foutmeldingen. #DEEL/0! verschijnt als je deelt door 0 of door een lege cel, #N/B als een opzoekformule de waarde niet vindt, #VERW! als een formule naar een cel wijst die is verwijderd, en #NAAM? meestal bij een tikfout in de naam van de functie.

Functienamen in het Nederlands

De vragen gebruiken Nederlandse functienamen zoals ALS, SOM en VERT.ZOEKEN, met een puntkomma tussen de argumenten en de komma als decimaalteken. In de uitleg staat de Engelse naam er de eerste keer tussen haakjes achter, zoals ALS (IF) en VERT.ZOEKEN (VLOOKUP). Zie je in jouw programma Engelse namen, dan zoek je dus op de naam tussen haakjes. Google Sheets gebruikt ook in het Nederlands soms de Engelse naam. De Nederlandse helppagina van Google heet bijvoorbeeld De functie XLOOKUP.

Verder oefenen

In de gratis test krijg je vijftien andere vragen, drie per onderdeel, en een score van 0 tot 100. Wil je eerst één onderwerp uitdiepen, lees dan De ALS-functie uitgelegd, met EN en OF, X.ZOEKEN en VERT.ZOEKEN: wanneer gebruik je welke? of Een draaitabel maken en lezen. Waarom een formule na kopiëren een lege cel leest, staat in Het dollarteken in een formule. Wat er in de training van dertig dagen zit, lees je bij Spreadsheets: formules en draaitabellen.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Heb ik Excel nodig om deze vragen te maken?
Nee. Het blad staat bij elke vraag op de pagina, met de formule in de cel, en je kunt alles narekenen zonder programma. De vragen gaan over hoe een formule rekent, en dat werkt in Microsoft Excel en Google Sheets op dezelfde manier.
Hoe verschilt dit van de gratis test?
Hier zie je het antwoord meteen als je wilt, zonder klok en zonder score. De gratis test heeft vijftien andere vragen, drie per onderdeel, en geeft je een score van 0 tot 100.
Wat kost de training?
De test is gratis en vraagt geen e-mailadres. Daarna kun je de training van dertig dagen kopen voor €29 eenmalig, maar dat hoeft niet.

Microsoft Excel is een merk van Microsoft. Skillido is niet verbonden aan Microsoft.

Google Sheets is een merk van Google. Skillido is niet verbonden aan Google.

Excel-formules oefenen: 5 vragen met uitleg | Skillido