Redactiesommen oefenen: 12 verhaaltjessommen met stappenplan
Een redactiesom is een rekensom in de vorm van een kort verhaal. Hieronder staan twaalf redactiesommen over procenten, verhoudingen, tijd en snelheid, geld en maten, met de uitwerking achter een klik. Eerst lees je hoe je zo'n som in vier stappen aanpakt.
Twaalf redactiesommen
Som 1
De kantine van de pabo in Wolderveen verkocht in september 240 broodjes per week. In oktober waren dat er 15% meer.
Hoeveel broodjes per week verkocht de kantine in oktober?
- A 36
- B 204
- C 255
- D 276
Bekijk het antwoord
D 276. 15% van 240 is 24 + 12 = 36, en 240 + 36 = 276. 36 is alleen de toename. 204 krijg je als je 15% eraf haalt. Bij 255 tel je er 15 broodjes bij in plaats van 15%.
Som 2
Na een prijsstijging van 8% kost een schoolreisje naar het openluchtmuseum € 29,70 per kind.
Wat kostte het schoolreisje per kind vóór de stijging?
- A € 21,70
- B € 27,32
- C € 27,50
- D € 32,08
Bekijk het antwoord
C € 27,50. € 29,70 is 108% van de oude prijs. 1% is 29,70 : 108 = € 0,275, dus 100% is € 27,50. € 27,32 is 8% van € 29,70 eraf: je nam het nieuwe bedrag als geheel. € 32,08 is nog eens 8% erbij. Bij € 21,70 trok je 8 euro af.
Som 3
Op een factuur voor nieuwe stoelen voor het speellokaal staat een totaalbedrag van € 1.452. Dat is inclusief 21% btw.
Hoeveel euro btw zit er in het totaalbedrag?
- A € 252,00
- B € 304,92
- C € 1.147,08
- D € 1.200,00
Bekijk het antwoord
A € 252,00. € 1.452 is 121% van het bedrag zonder btw. 1% is 1.452 : 121 = € 12, dus de btw is 21 × 12 = € 252,00. € 304,92 is 21% van € 1.452: je nam het bedrag met btw als geheel. € 1.200,00 is het bedrag zonder btw. € 1.147,08 is 1.452 - 304,92.
Som 4
Voor de sportdag koopt de school bidons. 6 bidons kosten samen € 13,50.
Wat kosten 14 van deze bidons?
- A € 21,50
- B € 27,00
- C € 31,50
- D € 189,00
Bekijk het antwoord
C € 31,50. Eén bidon kost € 2,25, want 13,50 : 6 = 2,25. Dan kosten 14 bidons 14 × 2,25 = € 31,50. Bij € 21,50 telde je 8 euro op omdat er 8 bidons bij komen. € 27,00 is de prijs van 12 bidons. € 189,00 is 14 × 13,50: je vergat te delen door 6.
Som 5
Voor 4 personen kook je 300 gram pasta. Tijdens de kampweek van groep 8 kook je voor 26 personen.
Hoeveel gram pasta heb je nodig?
- A 322 gram
- B 1.800 gram
- C 1.950 gram
- D 7.800 gram
Bekijk het antwoord
C 1.950 gram. Voor één persoon kook je 75 gram, want 300 : 4 = 75. Voor 26 personen is dat 26 × 75 = 1.950 gram. Bij 322 gram telde je 22 op omdat er 22 personen bij komen. 1.800 gram is genoeg voor 24 personen: je vergat de laatste twee. 7.800 gram is 26 × 300: je vergat te delen door 4.
Som 6
De opbrengst van de schoolmarkt, € 1.350, wordt verdeeld over drie groepen naar het aantal leerlingen. groep 6: 24 leerlingen groep 7: 28 leerlingen groep 8: 38 leerlingen
Hoeveel euro krijgt groep 8?
- A € 360
- B € 450
- C € 513
- D € 570
Bekijk het antwoord
D € 570. Samen zijn er 24 + 28 + 38 = 90 leerlingen, dus € 1.350 : 90 = € 15 per leerling. Groep 8 krijgt 38 × 15 = € 570. € 450 is gelijk verdelen over drie groepen. € 513 is 38% van € 1.350: je las het aantal leerlingen als percentage. € 360 is het bedrag voor groep 6.
Som 7
Lotte fietst van huis naar haar stageschool. Dat is 18 km. Ze doet er 45 minuten over.
Wat is haar gemiddelde snelheid?
- A 13,5 km/u
- B 22,5 km/u
- C 24 km/u
- D 40 km/u
Bekijk het antwoord
C 24 km/u. 45 minuten is 3/4 uur. In 15 minuten fietst ze 18 : 3 = 6 km, dus in een uur 4 × 6 = 24 km. Op 13,5 kom je met 18 × 0,75. Bij 22,5 telde je een kwart van 18 erbij. Wie 45 minuten leest als 0,45 uur, deelt 18 door 0,45 en komt op 40.
Som 8
Een touringcar rijdt 135 km naar een pretpark bij Lindewaard. De gemiddelde snelheid is 90 km/u.
Hoeveel minuten duurt de rit?
- A 90 minuten
- B 110 minuten
- C 150 minuten
- D 202,5 minuten
Bekijk het antwoord
A 90 minuten. Deel 135 door 90, dat geeft 1,5 uur. Dat is 1 uur en 30 minuten, dus 90 minuten. Bij 110 minuten las je 1,5 uur als 1 uur en 50 minuten. Met 150 minuten deed je 1,5 × 100. Wie 135 × 1,5 doet in plaats van te delen, komt op 202,5 minuten.
Som 9
In de aula begint om 13.35 uur een film voor de bovenbouw. De film duurt 1 uur en 50 minuten.
Hoe laat is de film afgelopen?
- A 14.25
- B 15.05
- C 15.25
- D 15.35
Bekijk het antwoord
C 15.25. Na 1 uur is het 14.35 uur. Nog 25 minuten brengt je op 15.00 uur, en de laatste 25 minuten op 15.25 uur. Bij 15.05 rekende je 1 uur en 50 minuten als 1,5 uur. Met 14.25 vergat je het hele uur. Wie de film afrondt op 2 uur, komt op 15.35.
Som 10
Het schoolkamp van groep 8 kost € 4.320. De ouderraad betaalt € 720. De rest wordt verdeeld over de 48 kinderen.
Reken uit hoeveel elk kind betaalt.
- A € 75
- B € 90
- C € 105
- D € 4.305
Bekijk het antwoord
A € 75. Haal eerst de bijdrage eraf, 4.320 - 720 = 3.600, en deel dat door 48 kinderen. Dat geeft 75, dus € 75. Bij € 90 vergeet je de bijdrage van de ouderraad. Wie € 105 kiest, telt de € 720 erbij. € 4.305 komt van 4.320 - 720 : 48 zonder haakjes.
Som 11
Een school koopt 17 tablets van € 289 en voor elke tablet een hoes van € 24. De school betaalt het totaal in 6 gelijke termijnen.
Reken één termijn uit, afgerond op hele euro's.
- A € 819
- B € 823
- C € 886
- D € 887
Bekijk het antwoord
D € 887. Een tablet met hoes kost 289 + 24 = 313 euro, en 17 × 313 = 5.321. In 6 termijnen is dat 5.321 : 6 = 886,83..., afgerond € 887. Bij € 886 kap je af. Wie € 823 kiest, telt maar één hoes en rekent (17 × 289 + 24) : 6. Met € 819 vergeet je de hoezen.
Som 12
Een gang van 4,2 m bij 3,6 m krijgt vierkante tegels van 30 cm bij 30 cm. Er hoeft geen tegel gezaagd te worden.
Hoeveel tegels zijn er nodig?
- A 17 tegels
- B 51 tegels
- C 52 tegels
- D 168 tegels
Bekijk het antwoord
D 168 tegels. In de lengte passen 4,2 : 0,3 = 14 tegels, in de breedte 3,6 : 0,3 = 12. Dus 14 × 12 = 168 tegels. Bij 17 rekende je 0,3 × 0,3 als 0,9 en rondde je 16,8 af. Bij 51 deelde je 15,12 m² alleen door 0,3, dat is 50,4, en rondde je naar boven af. Bij 52 deelde je de omtrek door 0,3.
Vier stappen voor elke redactiesom
Wie een redactiesom fout heeft, rekende meestal goed met de verkeerde getallen. Een vast stappenplan haalt die fout eruit, omdat je pas rekent als je weet wat er gevraagd wordt.
- Lees de vraag eerst. Begin bij de laatste zin. Staat er hoeveel er overblijft, wat één stuk kost of met hoeveel procent iets steeg, dan weet je waar je naartoe rekent en welke getallen in het verhaal je nodig hebt.
- Schrijf de gegevens op. Zet de getallen met hun eenheid onder elkaar: aantal, prijs, minuten, procent. Streep door wat de vraag niet gebruikt. Een verhaal bevat vaak een getal dat afleidt, zoals het aantal kinderen terwijl de som over geld gaat.
- Kies de bewerking. Vraag je jezelf af of het gaat om een deel van een geheel, om hoeveel er in totaal is, of om één stuk uitrekenen en daarna vermenigvuldigen. Bij verhoudingen werkt eerst naar één toe rekenen: 8 pakken voor € 12 betekent € 1,50 per pak, en dan kun je elk aantal uitrekenen.
- Controleer met een schatting. Rond af en kijk of de uitkomst in de buurt ligt. Komt er voor 12 pakken à € 1,50 een bedrag van € 180 uit, dan zit er een komma of een nul fout. Let ook op de eenheid: de vraag kan om minuten vragen terwijl je in uren rekende.
Welke soorten redactiesommen er zijn
De twaalf sommen hierboven lopen langs vijf soorten. Procenten: een bedrag dat met een percentage stijgt, daalt of waar de btw in zit, en terugrekenen naar het bedrag van daarvoor. Verhoudingen: een recept of een prijs omrekenen naar een ander aantal, en een bedrag verdelen naar het aantal personen. Tijd en snelheid: een eindtijd, een reistijd of een gemiddelde snelheid, waar minuten en uren door elkaar lopen. Geld: een bedrag delen over kinderen of over termijnen, met afronden aan het eind. Maten: het aantal tegels voor een vloer, waar je lengte en breedte apart deelt.
De sommen zijn gemaakt voor de rekentoets van de pabo en passen ook bij een assessment bij een werkgever, waar redactiesommen vaak in het onderdeel numeriek zitten. Bij elk fout antwoord staat in de uitwerking welke denkfout erbij hoort, zoals een percentage van het verkeerde bedrag of 1,5 uur lezen als 1 uur en 50 minuten.
Zo oefen je met deze sommen
Pak één som, doe de vier stappen op papier en kijk dan pas naar de antwoorden. Heb je het fout, lees dan de uitwerking en bedenk in welke stap het misging: in het lezen, in de gegevens, in de bewerking of in de controle. Dat patroon herhaalt zich meestal. Wie steeds in stap twee struikelt, schrijft de gegevens te kort op. Wie steeds in stap vier struikelt, slaat de schatting over.
Doe niet alle twaalf achter elkaar. Drie of vier per keer, met een dag ertussen, laat de aanpak beter inslijpen. Kom je ze met gemak door, dan is de gratis oefentoets de volgende stap.
Verder oefenen
De gratis oefentoets heeft twintig opgaven over hele getallen, verhoudingen, meten en verbanden, en laat per domein zien hoeveel je goed had. Hoe de toets zelf werkt, lees je op pabo rekentoets oefenen. Wil je breder rekenen, dan staan er sommen van de kassabon op rekenen oefenen en strategieën zonder rekenmachine op hoofdrekenen oefenen. Alle namen en bedragen in de sommen zijn verzonnen.
Veelgestelde vragen
- Wat is een redactiesom?
- Een rekensom die als kort verhaal is opgeschreven. Je leest wat er gebeurt, haalt de getallen eruit, kiest de bewerking en rekent. De moeilijkheid zit in het lezen en niet in het rekenen zelf.
- Hoe pak je een redactiesom aan?
- In vier stappen: lees de vraag eerst, schrijf de gegevens op, kies de bewerking en controleer de uitkomst met een schatting. Op deze pagina staan de stappen met een voorbeeld.
- Mag ik een rekenmachine gebruiken?
- Bij oefenen mag je alles gebruiken, ook papier. Bij een echte toets of een assessment bepaalt de aanbieder of er een rekenmachine staat. Controleer dat in de instructie van je toets.
- Wat kost oefenen op Skillido?
- De gratis oefentoets van twintig opgaven vraagt geen e-mailadres. Alle 300 opgaven van de pabo-rekentoets kosten €19,95 eenmalig. Skillido is niet verbonden aan 10voordeleraar, Cito of een pabo.