
Wat toetst de RWT op de pabo?
De RWT, de landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo, toetst vier domeinen: hele getallen; verhoudingen, procenten, breuken en decimale getallen; meten en meetkunde; en verbanden en statistiek. Je maakt 55 opgaven, waarvan 50 meetellen, in twee onderdelen. Voor hoofdrekenen heb je 17 minuten en voor niet-hoofdrekenen 103 minuten.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
Wie de RWT maakt en wanneer
Op de studentenpagina van Cito staat dat eerstejaars pabostudenten en instromers de landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo moeten maken. Volgens een nieuwsbericht van 10voordeleraar is de toets op 1 september 2024 ingevoerd en verving hij toen de rekentoets WisCAT. De opdracht ging na een Europese aanbesteding naar Cito BV.
Waarom de toets ertoe doet, staat kort op goedvoorbereidnaardepabo.nl. Je moet hem gehaald hebben om je propedeuse te krijgen.
Volgens de handreiking van Cito (versie 3.1) mag je vóór de start van het eerste studiejaar één keer meedoen. Hoeveel kansen je per studiejaar hebt, staat in de onderwijs- en examenregeling (OER) van je hogeschool, en dat verschilt dus per pabo. Je schrijft je in via de hogeschool. Let daarbij op één regel uit de handreiking: een aanmelding telt als deelname, ook als je uiteindelijk niet komt.
De vier domeinen en hoeveel opgaven elk
De handreiking deelt de stof in vier domeinen in. A is hele getallen. B is verhoudingen, procenten, breuken en decimale getallen. C is meten en meetkunde, en D is verbanden en statistiek. Per domein beschrijft hoofdstuk 6 van de handreiking welke eindtermen erbij horen. Het aantal opgaven per domein en per onderdeel is voor iedereen gelijk. Tabel 1 van de handreiking geeft die verdeling.
| Domein | Hoofdrekenen | Niet-hoofdrekenen | Totaal |
|---|---|---|---|
| A Hele getallen | 8 | 7 | 15 |
| B Verhoudingen, procenten, breuken en decimale getallen | 5 | 9 | 14 |
| C Meten en meetkunde | 2 | 10 | 12 |
| D Verbanden en statistiek | 0 | 9 | 9 |
| Samen | 15 | 35 | 50 |
Bron: tabel 1 van de handreiking, versie 3.1. Daarbovenop komen vijf proefopgaven, twee bij hoofdrekenen en drie bij niet-hoofdrekenen.
Hele getallen en domein B zijn samen 29 van de 50 opgaven, en ze leveren 13 van de 15 hoofdrekenopgaven. Verbanden en statistiek komt bij hoofdrekenen niet voor. Die negen opgaven zitten allemaal in het tweede deel, waar ook bijna alle opgaven over meten en meetkunde staan.
Twee onderdelen met elk een eigen klok
De toets begint met hoofdrekenen en gaat daarna verder met niet-hoofdrekenen. Bij hoofdrekenen tellen 15 opgaven mee en bij het tweede deel 35. Daar komen de vijf proefopgaven bij. Die dienen om de verzameling opgaven uit te breiden, en ze tellen niet mee. Je beantwoordt er dus 55.
Voor hoofdrekenen heb je 17 minuten. De handreiking rekent dat zelf om naar gemiddeld 1 minuut per opgave. Voor niet-hoofdrekenen heb je 103 minuten, voor 38 opgaven met de proefopgaven erbij. Dat is gemiddeld iets meer dan twee en een halve minuut per opgave. Samen is het 120 minuten, en de handreiking raadt aan om binnen die tijd alle 55 opgaven te beantwoorden.
Heb je recht op extra tijd, dan beslist de examencommissie van je hogeschool daarover. Het gaat dan om 30 minuten, en die gelden alleen bij niet-hoofdrekenen. Bij hoofdrekenen is geen extra tijd mogelijk, omdat dat onderdeel volgens de handreiking toetst hoe snel en effectief je rekent.
Rekenmachine, uitrekenpapier en wat er verder op tafel mag
Bij sommige opgaven van niet-hoofdrekenen zit er een digitale rekenmachine in de software. Andere rekenmachines zijn niet toegestaan, dus je eigen zakrekenmachine blijft in je tas. Omdat de toets per student andere opgaven kiest, kan de een meer opgaven met rekenmachine krijgen dan de ander.
Uitrekenpapier mag bij beide onderdelen. Je krijgt het van de surveillant en levert het aan het eind weer in. Bij hoofdrekenen raadt de handreiking aan het papier alleen voor een tussenstap of als geheugensteuntje te gebruiken, omdat de tijd daar kort is. Pen, potlood en gum mogen ook. Een passer, liniaal of geodriehoek niet.
Soorten opgaven en hoe je een antwoord invult
De toets heeft meerkeuzeopgaven met drie of meer antwoorden, invulopgaven en sleepopgaven. Bij een sleepopgave sleep je met de muis onderdelen naar de plek waar ze volgens jou horen. Een deel van de opgaven is een kale som met alleen getallen en symbolen. Bij de rest staan de getallen in een situatie of een afbeelding.
Bij een numerieke invulopgave mag je alleen cijfers en een komma typen. Een punt tussen de duizendtallen mag niet, dus je typt 12500 en geen 12.500. Heeft een opgave meer dan één invulveld, dan is hij alleen goed als alle velden goed zijn.
De toets past zich aan je antwoorden aan. Na een goed antwoord volgt een moeilijkere opgave, na een fout antwoord een even moeilijke of een makkelijkere. Daardoor kun je niet terug naar een vorige opgave. Een opgave overslaan door niets in te vullen kan ook niet. Twijfel je, kies dan het beste antwoord dat je hebt en ga door.
Wat dit betekent als je gaat oefenen
De verdeling en de klok wijzen dezelfde kant op. Bij hoofdrekenen gaat het vooral om hele getallen en verhoudingen, met ongeveer een minuut per som en zonder rekenmachine. Dat oefen je het best met een klok erbij, zodat je merkt welke sommen je te veel tijd kosten. Bij het tweede deel heb je meer tijd per opgave. Daar zitten bijna alle opgaven over meten en meetkunde en alle opgaven over verbanden en statistiek.
Hoe de oefentoets bij Skillido is opgebouwd, met vijf uitgewerkte opgaven, lees je op de pagina over de pabo rekentoets oefenen. Wil je eerst procenten, breuken en verhoudingen ophalen zonder toetsvorm, dan is er Rekenen voor volwassenen.
Bronnen
- Cito, Handreiking landelijke reken- en wiskundetoets voor de pabo (RWT), versie 3.1, augustus 2026. De domeinen, tabel 1, de toetsduur, de hulpmiddelen, de soorten opgaven en de regels voor deelname.
- Cito, studentenpagina over de RWT. Wie de toets moet maken.
- 10voordeleraar, Landelijke reken- en wiskundetoets vervangt WisCAT voor pabo. De invoering op 1 september 2024 en de aanbesteding.
- Goed voorbereid naar de pabo, Rekenen en wiskunde. De toets en de propedeuse.
Skillido is niet verbonden aan 10voordeleraar, Cito of een pabo.
Wil je weten hoe opgaven in deze vier domeinen je nu afgaan, doe dan de gratis oefentoets van twintig opgaven, zonder account.