Naar de inhoud
skillido

Grammatica oefenen: vijf zinnen ontleden met uitleg

Hieronder staan vijf zinnen, elk met een vraag over een ander onderdeel van de grammatica: de zinsdelen, de persoonsvorm, het onderwerp, het gezegde en het lijdend voorwerp. Achter een klik lees je het antwoord en de proef die je zelf kunt doen.

  1. Opgave 1

    Oma belt elke avond haar zus op.

    Welke verdeling in zinsdelen klopt?

    • A Oma / belt / elke avond / haar zus / op.
    • B Oma / belt / elke avond / haar zus op.
    • C Oma / belt elke avond / haar zus / op.
    • D Oma / belt / elke / avond / haar zus / op.
    Bekijk het antwoord

    A Oma / belt / elke avond / haar zus / op.. Vijf zinsdelen: oma, belt, elke avond, haar zus en op. Op is het losse deel van het scheidbare werkwoord opbellen en staat als apart stuk achteraan: haar zus belt oma elke avond op. Elke hoort bij avond, en haar zus is één stuk dat je in zijn geheel kunt verplaatsen.

  2. Opgave 2

    Gisteren belde de huisarts mij op over de uitslag.

    Welk woord is de persoonsvorm?

    • A gisteren
    • B huisarts
    • C belde
    • D uitslag
    Bekijk het antwoord

    C belde. Belde is de persoonsvorm, ook al staat het niet op de tweede plaats na het onderwerp: de zin begint met een bepaling en dan komt de persoonsvorm ervoor. Het losse deel op hoort bij het werkwoord opbellen, maar het is geen persoonsvorm. Gisteren, huisarts en uitslag zijn geen werkwoorden.

  3. Opgave 3

    De brieven worden morgen door de koerier bezorgd.

    Wat is het onderwerp van deze zin?

    • A De brieven
    • B de koerier
    • C morgen
    • D door de koerier
    Bekijk het antwoord

    A De brieven. De brieven is het onderwerp: wat wordt bezorgd? De brieven. In een lijdende zin doet het onderwerp niets zelf; wie het werk doet staat achter door, en dat is een bepaling. De persoonsvorm worden is meervoud, net als de brieven.

  4. Opgave 4

    Bij de kassa stond een lange rij mensen te wachten.

    Wat is het werkwoordelijk gezegde?

    • A stond
    • B te wachten
    • C wachten
    • D stond te wachten
    Bekijk het antwoord

    D stond te wachten. Stond te wachten is het werkwoordelijk gezegde: stond is de persoonsvorm en te wachten hoort erbij, inclusief het woordje te. Stond alleen zegt niet wat de rij deed, en te wachten alleen mist de persoonsvorm. Bij de kassa zegt waar.

  5. Opgave 5

    Op de markt kocht mijn schoonmoeder drie kilo appels.

    Welke benoeming klopt?

    • A Lijdend voorwerp: op de markt. Bijwoordelijke bepaling: drie kilo appels.
    • B Lijdend voorwerp: mijn schoonmoeder. Bijwoordelijke bepaling: op de markt.
    • C Lijdend voorwerp: drie kilo appels. Bijwoordelijke bepaling: mijn schoonmoeder.
    • D Lijdend voorwerp: drie kilo appels. Bijwoordelijke bepaling: op de markt.
    Bekijk het antwoord

    D Lijdend voorwerp: drie kilo appels. Bijwoordelijke bepaling: op de markt.. Drie kilo appels is het lijdend voorwerp: wat kocht mijn schoonmoeder? Drie kilo appels, in zijn geheel. Op de markt staat vooraan, maar het zegt waar en begint met een voorzetsel, dus het is de bijwoordelijke bepaling. Mijn schoonmoeder is het onderwerp.

Eerst de persoonsvorm, dan de rest

Bij ontleden begin je steeds op dezelfde plek: de persoonsvorm. Zet de zin in de verleden tijd of in het meervoud en kijk welk woord meeverandert. Dat woord is de persoonsvorm. Vraag daarna wie of wat die handeling doet, en je hebt het onderwerp. De rest van de zin knip je in stukken die je niet kunt splitsen zonder dat de zin verandert.

Meer opgaven staan in de gratis test Zinnen ontleden. Die heeft vijf onderdelen met elk drie andere zinnen dan hierboven. Grammatica en spelling hangen samen: wie de persoonsvorm vindt, kiest ook sneller de d of de t, en daar oefen je op d of t. Alle tests over taal staan onder Taal en lezen, en een overzicht van alle onderdelen staat op Nederlands oefenen.

Veelgestelde vragen

Wat oefen je bij grammatica?
Hoe een zin is opgebouwd: welk woord de persoonsvorm is, wat het onderwerp is, welke werkwoorden het gezegde vormen en welk zinsdeel het lijdend voorwerp is. Op deze pagina staat van elk onderdeel één opgave.
Is dit voor scholieren of voor volwassenen?
Voor volwassenen. De zinnen gaan over werk en thuis: een kraan, een pakket, een brief. Een account en een aankoop zijn er vanaf 16 jaar; de gratis test kun je zonder account doen.
Wat kost het?
De test is gratis en vraagt geen e-mailadres. Daarna kun je het programma van dertig dagen kopen voor €29 eenmalig, maar dat hoeft niet.
Grammatica oefenen: 5 opgaven met uitleg | Skillido