
De thuisrij: waar horen je vingers?
Op de thuisrij liggen je linkervingers op a, s, d en f en je rechtervingers op j, k, l en de puntkomma, met je duimen boven de spatiebalk. Op de F en de J voel je een streepje, zodat je zonder kijken weet of je goed ligt. Vanuit die rij neem je elke andere toets met een vaste vinger, die daarna terugkeert.
Bijgewerkt op door De redactie van Skillido
De acht toetsen van de thuisrij
De thuisrij is de middelste rij letters. Je linkerpink ligt op de A, je ringvinger op de S, je middelvinger op de D en je wijsvinger op de F. Rechts ligt je wijsvinger op de J, je middelvinger op de K, je ringvinger op de L en je pink op de puntkomma. Je duimen hangen boven de spatiebalk.
Op de F en de J zit een klein streepje. Daaraan voel je zonder te kijken of je goed ligt, en daar keren je wijsvingers na elke toets naar terug.
Welke vinger welke toets neemt
Vanuit de thuisrij reikt elke vinger recht omhoog en recht omlaag naar zijn eigen toetsen. Je wijsvingers hebben er het meest, want zij nemen ook de kolom ernaast.
- Linkerpink: 1, Q, A, Z en de linkershift.
- Linkerringvinger: 2, W, S en X.
- Linkermiddelvinger: 3, E, D en C.
- Linkerwijsvinger: 4, 5, R, T, F, G, V en B.
- Rechterwijsvinger: 6, 7, Y, U, H, J, N en M.
- Rechtermiddelvinger: 8, I, K en de komma.
- Rechterringvinger: 9, O, L en de punt.
- Rechterpink: 0, P, de puntkomma, de schuine streep, Enter en de rechtershift.
- Duimen: de spatiebalk.
Bij de 6 verschillen methodes: de ene laat hem door je linkerwijsvinger nemen, de andere door je rechter. Kies er een en houd die keuze vast.
De G en de H
Tussen je handen liggen de G en de H. Die neem je met je wijsvingers, een stapje naar binnen, waarna de vinger teruggaat naar de F of de J. Wie hier gaat schuiven met de hele hand, ligt na een paar woorden een toets verkeerd.
Hoofdletters en de shift
Voor een hoofdletter druk je de shift in met de andere hand dan de letter. Een A typ je links, dus met de rechtershift. Een J typ je rechts, dus met de linkershift. Zo blijft de hand die de letter typt op zijn plek. Hetzelfde geldt voor tekens boven op een toets, zoals het vraagteken en de haakjes.
Zo oefen je de thuisrij
- Leg je vingers op de thuisrij en voel de streepjes op de F en de J.
- Typ rijtjes als fdsa jkl; zonder te kijken, in een rustig en gelijk tempo.
- Ga over op korte woorden met alleen deze letters: dag, glas, kalf, sjaal.
- Voeg pas een nieuwe rij toe als de thuisrij zonder kijken gaat.
In de training Blind typen is de thuisrij het eerste van vijf onderdelen, met een toetsenbord in beeld dat de volgende toets laat zien. Hoe snel je nu typt, meet je in de typetest van één minuut.