Naar de inhoud
skillido
Een getekende laptop met een leeg chatvenster van paarse en groene vlakken, en een hand die net gaat typen

Word je of wordt je? De proef die altijd werkt

Achter word komt een t als het onderwerp hij, zij, het, u, een naam of een ander zelfstandig naamwoord is, en ook als jij of je vóór de persoonsvorm staat: hij wordt, jij wordt. Staat jij of je als onderwerp achter de persoonsvorm, dan blijft de t weg en schrijf je word je. Betekent je in de zin jou of jouw, dan is het geen onderwerp en schrijf je wel wordt, zoals in wordt je loonstrook gemaild. Twijfel je, zet dan blijken of lopen op de plek van worden: hoor je een t, dan schrijf je er een.

Bijgewerkt op door De redactie van Skillido

Wie een mail of een bericht in de teamchat typt, schrijft word of wordt meestal zonder erbij stil te staan. Bij het teruglezen begint het te knagen, omdat je het verschil niet hoort. Onze Taal schrijft het in het advies over de zin 'Dan word je zeker kampioen' met zoveel woorden: bij worden is het verschil tussen wordt en word niet te horen. Je oor helpt je hier dus niet, en dan blijft de regel over.

Die regel past op een regel tekst. Daarna volgen vier gevallen die er op het eerste gezicht van afwijken, en een proef met een werkwoord waarbij je de t wel hoort. Met die proef reken je alle vier na zonder dat je de grammatica erbij hoeft te pakken.

In de tegenwoordige tijd komt er een t achter de stam

De stam van een werkwoord is volgens Taaladvies.net de vorm die je hoort als je de uitgang -en van het hele werkwoord weglaat. Lopen wordt loop, werken wordt werk. In de tegenwoordige tijd krijgen de tweede en derde persoon enkelvoud van bijna alle werkwoorden een -t achter die stam. Bij worden is de stam word, en dus schrijf je hij wordt, zij wordt, het wordt en jij wordt.

Die derde persoon is breder dan hij of zij alleen. In het overzicht van Onze Taal staan ook een naam, de klas, onze afdeling, wie en wat als onderwerp waar stam plus t bij hoort. 'Het rooster wordt vrijdag gedeeld', schrijft Mirjam in de teamchat, en het rooster is daar het onderwerp.

Een d achter de stam bestaat in de tegenwoordige tijd niet. Onze Taal noemt een zin als 'Zij wijzigd straks de tarieven' daarom altijd fout en waarschuwt dat het ezelsbruggetje 't kofschip je hier niets oplevert, want dat gaat over de verleden tijd. Waar de verwarring vandaan komt, legt Taaladvies.net uit aan de hand van beloven. De persoonsvorm hij belooft klinkt hetzelfde als het voltooid deelwoord in hij heeft beloofd, en toch schrijf je de eerste met een t en de tweede met een d. Die persoonsvorm is gewoon stam plus t; alleen bij het voltooid deelwoord beslist de slotklank van de stam tussen d en t.

Staat jij of je achter de persoonsvorm, dan valt de t weg

Uit deze uitzondering komt de meeste twijfel voort. Volgens Onze Taal voeg je geen t toe als het onderwerp jij of je is en achter de persoonsvorm staat. Je schrijft jij wordt met een t, en word jij en word je zonder.

Achter de persoonsvorm staan komt in twee soorten zinnen voor. Taaladvies.net noemt die volgorde inversie: er staat een ander zinsdeel vooraan, of de zin is een vraag die met de persoonsvorm begint. 'Morgen word je om negen uur bij de klant verwacht', mailt Daan aan een nieuwe collega. Morgen staat vooraan, je komt na word, en daarom staat er geen t. Zou Daan de zin met je beginnen, dan wordt het 'Je wordt morgen om negen uur verwacht', met een t.

In een vraag werkt het net zo. Taaladvies.net zet het in het advies over rijden naast een werkwoord waarbij je het verschil wel hoort. Je kijkt wordt kijk je, en je rijdt wordt op dezelfde manier rijd je. Bij ik komt er volgens het overzicht van Onze Taal nooit een t, ook als ik achter de persoonsvorm staat: ik word, word ik.

Betekent je jou of jouw, dan komt de t terug

Het woordje je doet meer dan één ding. Taaladvies.net schrijft dat je de korte vorm is van de persoonlijke voornaamwoorden jij en jou, en ook van het bezittelijke jouw. Alleen als je voor jij staat, is het het onderwerp, en alleen dan geldt de regel uit het vorige deel.

Neem de mail van Ilse van de salarisadministratie: 'Vanaf deze maand wordt je loonstrook alleen nog gemaild.' Je staat achter wordt, en toch hoort er een t. Je betekent hier jouw, en het onderwerp van de zin is je loonstrook. Onze Taal behandelt dezelfde zin met een salaris en komt in het advies over word je of wordt je salaris gestort tot 'Morgen wordt je salaris gestort', omdat je daar de niet-nadrukkelijke vorm van jouw is.

Met jou gaat het op dezelfde manier. 'Dat wordt je niet kwalijk genomen', appt Bram als een collega zich verontschuldigt voor een late reactie. Het onderwerp is dat, en je is volgens Onze Taal een meewerkend voorwerp, te vervangen door jou. Dezelfde pagina geeft 'De uitslag wordt je schriftelijk meegedeeld' als voorbeeld, met de uitslag als onderwerp.

De controle die Onze Taal hiervoor geeft, is je in gedachten te vervangen door jij. Klopt de zin dan nog, dan is je het onderwerp en schrijf je geen t. 'Vanaf deze maand word jij loonstrook gemaild' is geen Nederlands, dus in de mail van Ilse is je geen onderwerp. Het werkt ook andersom. 'Ik word je nieuwe aanspreekpunt', schrijft Noor in haar eerste mail, en daar is ik het onderwerp en betekent je jouw. Onze Taal geeft dat geval ook, met ik word je nieuwe collega, en omdat ik het onderwerp is, komt er geen t.

Bij de beleefdheidsvorm krijgt word altijd een t

Hier is het eenvoudiger. Onze Taal geeft u wordt en wordt u, allebei met een t, ook als het voornaamwoord achter de persoonsvorm staat. Taaladvies.net zet dezelfde vorm in één rijtje met jij bidt en je krijgt. 'Morgen wordt u gebeld door onze planner', mailt Kees aan een klant, en de omgekeerde volgorde in de zin verandert daar niets aan.

Eén vorm lijkt hierop en werkt anders, namelijk de gebiedende wijs. Taaladvies.net schrijft in het advies over word lid dat je daar alleen de stam schrijft, ook als je meer mensen tegelijk aanspreekt. In een rondmail over de personeelsvereniging staat dus 'Word lid voor 1 november', zonder t. Dezelfde pagina noemt één uitzondering: zet je het beleefde voornaamwoord direct achter het werkwoord, zoals in gaat u maar zitten, dan komt de t er wel weer bij.

De vervangproef met blijken of lopen

Bij worden hoor je het verschil niet, bij veel andere werkwoorden wel. Onze Taal raadt aan om in zo'n geval een ander werkwoord op dezelfde plek te zetten, eentje waarbij de t wel te horen is. In de voorbeelden van Onze Taal zijn dat blijven en lijken, en in het advies over het salaris blijken. Taaladvies.net doet hetzelfde met kijken. Lopen is ook een goede keuze, omdat het verschil tussen loop en loopt niet te missen is.

Zet de vorm van blijken of lopen op de plek van word of wordt, laat de rest van de zin staan en luister. Hoor je blijkt of loopt, schrijf dan wordt. Hoor je blijk of loop, schrijf dan word. Soms klinkt de zin daarna vreemd, en dat geeft niet, want je let alleen op de vorm die je oor uitkiest.

  • 'Morgen blijkt je salaris gestort' is het voorbeeld van Onze Taal zelf. Je hoort een t, dus: morgen wordt je salaris gestort.
  • 'In maart loopt je contract af' heeft een t, dus Sanne schrijft: in maart wordt je contract verlengd.
  • 'Dan loop je om twaalf uur mee naar de kantine' heeft geen t, dus Joost schrijft: dan word je om twaalf uur in de kantine verwacht.
  • 'Het blijkt een drukke week' heeft een t, dus Ahmed schrijft: het wordt een drukke week.

De proef vervangt de regel niet. Hij geeft je in twee seconden het antwoord dat de regel ook zou geven, en dat is in een drukke middag vaak genoeg.

Eindigt de stam op een d, dan schrijf je dt

Worden is in dit opzicht geen uitzondering. Elk werkwoord waarvan de stam op een d eindigt, volgt dezelfde regel, en dan staat er dt aan het eind. Onze Taal geeft rijdt, onthoudt en verraadt als voorbeelden. Bij vinden, antwoorden en melden gaat het net zo: hij vindt, zij antwoordt, Joost meldt zich ziek.

De hulp die Taaladvies.net hierbij geeft, is dezelfde als bij worden: vergelijk het werkwoord met een werkwoord waarvan de stam niet op een d eindigt. 'Vind je het goed als Ahmed de notulen maakt?', vraagt Sanne, en kijk je zou er ook geen t hebben. 'Fleur antwoordt meestal binnen een uur', schrijft haar teamleider, en Fleur kijkt heeft er wel een.

Het voltooid deelwoord zit er vaak dwars doorheen. Joost heeft zich gisteren ziek gemeld, met een d, en vandaag meldt hij zich beter, met dt. Fleur heeft nog niet geantwoord, en als ze het doet, antwoordt ze. In de tabel hieronder staat het voltooid deelwoord er daarom steeds naast.

Tien werkwoorden met en zonder t, en het voltooid deelwoord ernaast
WerkwoordStamHoor je de t?Zonder tMet tVoltooid deelwoord
lopenloopjaik loop, loop jejij loopt, loopt ugelopen
blijkenblijkjaik blijk, blijk jejij blijkt, blijkt ugebleken
kijkenkijkjaik kijk, kijk jejij kijkt, kijkt ugekeken
versturenverstuurjaik verstuur, verstuur jejij verstuurt, verstuurt uverstuurd
belovenbeloofjaik beloof, beloof jejij belooft, belooft ubeloofd
wordenwordneeik word, word jejij wordt, wordt ugeworden
vindenvindneeik vind, vind jejij vindt, vindt ugevonden
antwoordenantwoordneeik antwoord, antwoord jejij antwoordt, antwoordt ugeantwoord
meldenmeldneeik meld, meld jejij meldt, meldt ugemeld
rijdenrijdneeik rijd, rijd jejij rijdt, rijdt ugereden

Zonder t staat de stam alleen, bij ik en bij jij of je achter de persoonsvorm. In alle andere gevallen komt er een t achter de stam, ook als de stam al op een d eindigt. Elke vorm in deze tabel is nagekeken in de Woordenlijst Nederlandse Taal.

Soms staat het onderwerp er niet bij

Een paar vaste zinnetjes hebben geen zichtbaar onderwerp en krijgen toch een t. 'Wordt vervolgd' is volgens Taaladvies.net een onvolledige zin waarin de lezer zelf iets als dit artikel of deze reeks aanvult. Bij zo'n verzwegen onderwerp hoort de derde persoon, en dus stam plus t. Onze Taal geeft hetzelfde voor 'wordt geregeld', een verkorting van het wordt geregeld. Antwoordt Kees in de teamchat met wordt geregeld, dan staat er terecht een t.

Naar verluidt hoort in hetzelfde rijtje. Taaladvies.net schrijft dat verluidt een persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud is, uit de oude uitdrukking naar het verluidt, en dat naar verluid zonder t niet correct is.

Zo loop je een zin na voordat je op verzenden drukt

  1. Zoek de vorm van worden in de zin en daarna het onderwerp.
  2. Is het onderwerp ik, schrijf dan word.
  3. Is het onderwerp jij of je en staat het achter word, schrijf dan word. Vervang je even door jij om te zien of het echt het onderwerp is.
  4. In alle andere gevallen schrijf je wordt, ook bij het beleefde voornaamwoord en bij een verzwegen onderwerp.
  5. Twijfel je nog, zet dan blijkt of loopt op dezelfde plek en schrijf wat je hoort.

De gebiedende wijs valt buiten dit rijtje. Word lid en word wakker blijven zonder t, want in de gebiedende wijs schrijf je volgens Taaladvies.net alleen de stam.

Bronnen

Bij Skillido oefen je met mails en chatberichten van het werk hoe je d, t of dt kiest, met bij elk antwoord de regel en waar die staat. Je oefent hier werkwoordspelling. Meer beloven wij niet. Doe de gratis test of bekijk de cursus Werkwoordspelling.

Word je of wordt je: wanneer komt de t erachter | Skillido